Naslag CSV-bestandsindeling

Document created by Cisco Localization Team on Feb 3, 2017Last modified by Cisco Localization Team on Jul 21, 2017
Version 4Show Document
  • View in full screen mode
 

CSV-bestandsindeling voor gebruikersaccounts

Dit artikel toont een voorbeeld van een CSV-bestand (met door komma's gescheiden waarden) dat is opgemaakt in Microsoft Excel. Dit voorbeeld bevat niet alle mogelijke velden waarvoor u waarden moet opgeven. Maak uw eigen bedrijfsspecifieke sjabloon voor CSV-bestanden.

Opmerkingen en overwegingen

  • Voordat u gebruikersaccountgegevens importeert naar een CSV-bestand, kunt u het beste een back-upbestand van uw bestaande gebruikersaccounts maken door de accountgegevens te exporteren.

     

  • Alle items die u exporteert (rapporten, gebruikers, contactpersonen), worden geëxporteerd naar een UTF-16LE-indeling (door tabs gescheiden Unicode-tekst). Alle importbestanden ondersteunen CSV (alleen voor Engelstalige gegevens) en door tabs gescheiden Unicode-tekst (voor niet-Engelstalige gegevens en gegevens in verschillende talen).

     

  • Een CSV-bestand moet kolomkoppen bevatten boven aan het bestand. Wanneer u een spreadsheetprogramma, zoals Microsoft Excel, gebruikt om een CSV-bestand te maken, moet u ervoor zorgen dat de kolomkoppen zich in de eerste rij van een werkblad bevinden. De kolomkoppen moeten op exact dezelfde manier worden weergegeven als in het gedeelte Accountgegevensvelden.

     

  • Bepaalde gebruikersaccountgegevens zijn verplicht, zoals gespecificeerd in het gedeelte Accountgegevensvelden. U moet voor alle verplichte velden de kolomkop opnemen.

     


    Opmerking


    We raden u aan om voorafgaand aan het importeren geen velden uit het CSV-bestand te verwijderen. Als een veld niet hoeft te worden gewijzigd, laat u het leeg. Bij het importeren blijft de bestaande waarde voor dat veld dan behouden.

     
     
  • We raden u met klem aan om een CSV-bestandssjabloon te maken om ervoor te zorgen dat uw CSV-bestand alle benodigde kolomkoppen bevat met de juiste indeling.

     

  • De accountgegevensvelden in een CSV-bestand zijn niet hoofdlettergevoelig. U kunt de waarden dus opgeven in zowel kleine letters als hoofdletters of een combinatie van beide. De waarden die in het profiel van de gebruiker op uw site worden weergegeven (zoals de naam van de gebruiker), worden echter exact zo weergegeven als u ze in het CSV-bestand hebt ingevoerd. Gebruikers kunnen zich alleen aanmelden bij hun account als ze hun standaardwachtwoord exact zo invoeren als u in het CSV-bestand hebt opgegeven.

     

  • Zie het gedeelte Accountgegevensvelden voor informatie over de juiste indeling van de gebruikersaccountgegevens.

     

  • Nadat u alle gebruikersaccountgegevens hebt opgegeven, slaat u het spreadsheetbestand op als CSV-bestand.

     

  • Als u onjuiste gegevens voor een gebruikersaccount opgeeft, kan Sitebeheer het desbetreffende account niet maken. In dat geval genereert Sitebeheer een lijst met records voor de accounts die niet konden worden toegevoegd, inclusief de oorzaak van elke fout. U kunt het bestand dat deze records bevat, ter referentie downloaden op uw computer of gebruiken om de fouten rechtstreeks in het desbetreffende bestand te corrigeren.

     

  • Als u gegevens van een of meer gebruikersaccounts wilt wijzigen, kunt u de accounts ook afzonderlijk bewerken via Sitebeheer > Gebruikerslijst bewerken. U kunt voor ondersteuning ook contact opnemen met uw WebEx-accountmanager.

     

Een CSV-bestandssjabloon maken

Bij het exporteren van het CSV-bestand krijgt u een basislijn of sjabloon waarmee u nieuwe gebruikers kunt toevoegen. U kunt ook het bestand gebruiken om via een batchproces meerdere gebruikersaccounts te bewerken.

       
1    Selecteer Gebruikers importeren/exporteren.
2    Selecteer op de pagina Gebruikers als batch importeren/exporteren de optie Exporteren.

Er wordt een bericht weergegeven om ontvangst van uw verzoek te bevestigen. U ontvangt een e-mailbericht zodra het exportproces is voltooid.

3    Gebruik de koppeling in het e-mailbericht om het bestand met de gegevens die u in een spreadsheetprogramma, bijvoorbeeld Excel, hebt geëxporteerd, te openen.
4    Als u alleen nieuwe gebruikersaccounts wilt toevoegen, verwijdert u de accountgegevens die het geëxporteerde bestand bevat.

Als u deze gegevens verwijdert, heeft dit geen gevolgen voor de bestaande accounts wanneer u het CSV-bestand uploadt naar Sitebeheer.

Accountgegevensvelden

                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

Veld

 

Beschrijving

 

UserID

 

(Vereist) Het id-nummer dat automatisch door de WebEx-database voor Sitebeheer voor het account wordt gegenereerd.

 
Belangrijk:
  • Als u een nieuw account toevoegt, geeft u geen informatie in deze kolom op. Sitebeheer genereert dit nummer nadat u het CSV-bestand hebt geüpload. Om ervoor te zorgen dat Sitebeheer een nieuw account kan maken, moet dit veld leeg zijn.

     

  • Verwijder of bewerk dit nummer niet als u een bestaand account wijzigt. Als u het nummer voor een bestaand account wijzigt, maakt Sitebeheer een nieuw gebruikersaccount op basis van de accountgegevens in de desbetreffende rij. Als uw site echter al beschikt over verplichte accountgegevens (zoals de gebruikersnaam of het e-mailadres), kan Sitebeheer het nieuwe account niet maken.

     

    Als u dit veld leeg laat, wordt er een nieuwe gebruiker toegevoegd en wordt er automatisch een gebruikers-id gegenereerd.

     

 
 

Active

 

(Vereist) Geeft aan of een gebruikersaccount actief of inactief is. Gebruikers kunnen alleen WebEx-vergaderingen, trainingssessies, ondersteuningssessies of gebeurtenissen hosten als hun account actief is. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: het gebruikersaccount is actief.

     

  • N: het gebruikersaccount is niet actief.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

FirstName

 

(Vereist) De voornaam van de gebruiker die eigenaar is van dit account.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt naar de voornaam gevraagd.

 

LastName

 

(Vereist) De achternaam van de gebruiker die eigenaar is van dit account.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt naar de achternaam gevraagd.

 

Gebruikersnaam

 

(Vereist) De id die de eigenaar van dit account gebruikt om zich aan te melden bij de WebEx-service van uw organisatie. Gebruikersnamen:

 
  • Moeten uniek zijn

     

  • Mogen uit maximaal 64 tekens bestaan

     

    Belangrijk:

    WebEx raadt u aan geen gebruikersnamen te maken die spaties of interpunctietekens bevatten, met uitzondering van onderstrepingstekens, koppeltekens en punten.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt naar de gebruikersnaam gevraagd.

     
     
 

ForceChangePassword

(Optioneel) Geeft aan dat de gebruiker bij de volgende aanmelding zijn/haar wachtwoord moet wijzigen. De standaardwaarde voor dit veld in het geëxporteerde CSV-bestand is N, ongeacht de waarde die in de database is opgeslagen. Als de waarde in de database J is en u de waarde in het CSV-bestand op J instelt, genereert WebEx nog een e-mail voor de gebruiker met de opdracht het wachtwoord te wijzigen. Dit gebeurt ook als de gebruiker zijn/haar wachtwoord al heeft gewijzigd. U kunt voorkomen dat gebruikers overbodige e-mails krijgen door alleen de waarde J voor dit veld op te geven als het volgende van toepassing is:

  • U wilt een gebruiker dwingen het wachtwoord te wijzigen.

     

  • U voegt een nieuwe gebruiker toe.

     

Opmerking      

Dit veld is niet van toepassing op sites met integratie van Gemeenschappelijke identiteit of op sites die gebruikmaken van eenmalige aanmelding (SSO). Voor deze sites laat u het veld leeg of voert u N in.

ResetPassword

(Optioneel) Stelt het wachtwoord van de gebruiker opnieuw in en selecteert de ForceChangePassword-opties automatisch. U kunt deze optie gebruiken als u vermoedt dat er een probleem is met het wachtwoord van een gebruiker. WebEx genereert een tijdelijk wachtwoord voor de gebruiker en verzoekt de gebruiker bij de eerste aanmelding dit wachtwoord te wijzigen.

Opmerking      

Dit veld is niet van toepassing op sites met integratie van Gemeenschappelijke identiteit of op sites die gebruikmaken van eenmalige aanmelding (SSO). Voor deze sites laat u het veld leeg of voert u N in.

Wachtwoord

 

(Vereist) Het wachtwoord voor het account. Wachtwoorden:

 
  • Moeten minimaal vier tekens bevatten

     

  • Kunnen uit maximaal 32 tekens bestaan

     

  • Zijn hoofdlettergevoelig, oftewel de gebruikers moeten het wachtwoord exact zo typen zoals u het in dit veld hebt opgegeven

     

  • Kunnen '****' zijn, waarmee wordt aangegeven dat de sitebeheerder het wachtwoord voor een bestaand account niet moet wijzigen.

     

  • Maak een nieuw, willekeurig wachtwoord voor een nieuw account. Als u in dit geval de optie 'Sterk wachtwoord verplichten...' gebruikt, voldoet het nieuwe wachtwoord niet aan de wachtwoordcriteria en moet de gebruiker het wachtwoord wijzigen zodra hij of zij zich aanmeldt.

     

    Belangrijk:

    Als u op de pagina Site-instellingen voor algemeen de optie Sterke wachtwoord voor nieuwe gebruikersaccounts verplichten hebt geselecteerd, moet u een standaardwachtwoord opgeven voor elk account dat voldoet aan de strikte wachtwoordcriteria die u hebt opgegeven.

     

    Als de juiste wachtwoordcriteria zijn opgegeven voor de opties met betrekking tot de beveiliging van de site, kunnen de wachtwoorden die in een CSV-bestand zijn geïmporteerd, worden gewijzigd.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt er automatisch een tijdelijk wachtwoord gegenereerd.

     
     
 

E-mail

 

(Vereist) Het e-mailadres van de gebruiker. Het e-mailadres van een gebruiker moet uniek zijn.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt er om een e-mailadres gevraagd.

 

TAAL

(Optioneel) Geeft aan welke taal standaard is geselecteerd op de pagina Voorkeuren van de gebruiker. Deze optie bepaalt in welke taal de tekst voor de gebruiker wordt weergegeven op de website van uw vergaderingservice. Afhankelijk van de talen die door uw site worden ondersteund, bevat dit veld een van de volgende afkortingswaarden. In de volgende lijst staat de afkorting naast de overeenkomstige taal.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard de standaardtaal voor de site gebruikt.

Taal - id

 

Engels: en-us

 

Vereenvoudigd Chinees: zh-cn

 

Traditioneel Chinees: zh-tw

 

Japans: jp

 

Koreaans: ko

 

Frans: vr

 

Duits: de

 

Italiaans: it

 

Spaans (Castiliaans): es-me

 

Spaans (Latijns-Amerikaans): es-sp

 

Zweeds: sw

 

Nederlands: nl

 

Portugees: pt-br

 

Russisch: ru

 

HostPrivilege

 

(Optioneel) Geeft aan welk type account de gebruiker heeft. Dit veld kan de volgende accounttypen bevatten:

 
  • HOST: geeft aan dat de gebruiker een hostaccount heeft. De gebruiker kan zich aanmelden bij de WebEx-service van uw organisatie om vergaderingen te hosten.

     

  • ADMN: geeft aan dat de gebruiker een sitebeheerdersaccount heeft. De gebruiker kan zich aanmelden bij de WebEx-service van uw organisatie om vergaderingen te hosten. Daarnaast kan hij of zij Sitebeheer gebruiken om uw WebEx-service te beheren.

     

    Belangrijk:

    Belangrijk Een sitebeheerder kan gebruikersaccounts beheren, registratieverzoeken verwerken en voorkeuren voor de WebEx-service van uw organisatie opgeven. Daarom adviseert WebEx slechts één of twee sitebeheerdersaccounts voor uw organisatie te gebruiken.

     
     
  • ADMV: geeft aan dat de gebruiker een sitebeheerdersaccount met alleen weergaverechten heeft. De gebruiker kan zich aanmelden bij de WebEx-service van uw organisatie om vergaderingen te hosten. De gebruiker kan ook Sitebeheer gebruiken om gebruikersaccountgegevens, registratieverzoeken, de WebEx-configuratie en -voorkeuren en gebruiksrapporten van vergaderingen weer te geven. Een sitebeheerder die alleen over de weergaverechten beschikt, kan echter geen gebruikersaccountgegevens of instellingen voor de WebEx-service van uw organisatie wijzigen.

     

  • DEELN: geeft aan dat de gebruiker een deelnemersaccount heeft. De gebruiker kan zich aanmelden bij uw WebEx-service. De gebruiker kan een lijst met vergaderingen weergeven waarvoor hij of zij is uitgenodigd en deelnemen aan vergaderingen waarvoor een account op uw site is vereist. De gebruiker kan ook een gebruikersprofiel bijhouden. De gebruiker kan echter geen vergaderingen op uw site hosten.

     

    Opmerking: de volgende informatie in het CSV-bestand is van toepassing op deelnemersaccounts. Alle overige informatie die u in het CSV-bestand opgeeft, wordt door Sitebeheer genegeerd.

     

  • Of het gebruikersaccount actief of inactief is

     

  • Voornaam

     

  • Achternaam

     

  • Wachtwoord

     

  • E-mailadres

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard HOST gebruikt.

     

 

MeetingPrivilege

 

(Optioneel) Geeft aan welke vergaderingstype de gebruiker kan hosten. Dit veld kan een of meer codes van maximaal drie cijfers bevatten. Met deze code wordt aangegeven welke vergaderingstypen een gebruiker kan hosten.

 

Opmerking

 
  • Als u een geldige waarde voor dit veld wilt verkrijgen, raadpleegt u de indexwaarden onder Index voor de sessietypen die worden vermeld op de startpagina van Sitebeheer. Als uw site echter over het vergaderingstype Access Anywhere beschikt, typt u de code van deze vergadering niet in dit veld.

     

  • Als een code voorloopnullen bevat, hoeft u deze niet op te geven. Als de code voor uw vergaderingstype bijvoorbeeld 004 is, geeft u alleen het cijfer 4 op in dit veld.

     

  • U kunt meerdere vergaderingstypen voor een gebruikersaccount opgeven als uw organisatie over de desbetreffende licenties beschikt. Als u meerdere servicetypen wilt opgeven, gebruikt u de komma als scheidingsteken en geeft u geen spaties op, bijvoorbeeld:

     

    15,120

     

  • Als u vragen hebt over de vergaderingstypen die uw organisatie heeft aangeschaft, kunt u contact opnemen met uw WebEx-accountmanager.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

     

 

TelephonyPrivilege

  
Opmerking        

Waarden specifiek voor MeetingPlace worden alleen ondersteund voor WBS30.

  
 

(Optioneel) Geeft weer met welke typen teleconferentieservices de gebruiker een sessie kan hosten. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten voor een account, afhankelijk van de teleconferentieservices die de WebEx-service van uw organisatie ondersteunt:

 
  • CLIN: teleconferentie met inbellen. Geeft aan dat de gebruiker sessies kan hosten waarbij de deelnemers een telefoonnummer kunnen bellen om deel te nemen aan de teleconferentie.

     

  • TOLL: teleconferentie met gratis inbellen. Geeft aan dat de gebruiker sessies kan hosten waarbij de deelnemers een gratis telefoonnummer kunnen bellen om deel te nemen aan de teleconferentie.

     

  • CLBK: teleconferentie met terugbellen. Geeft aan dat de gebruiker sessies kan hosten waarbij de deelnemers een oproep ontvangen om deel te nemen aan de teleconferentie. Iedere deelnemer belt eerst een telefoonnummer en hangt vervolgens op. De service belt vervolgens het telefoonnummer van de deelnemer.

     

  • INTL: internationale teleconferentie met terugbellen. Geeft aan dat de gebruiker vergaderingen of trainingssessies kan hosten waarbij deelnemers een internationale oproep van de WebEx-service ontvangen om deel te nemen aan de teleconferentie.

     

  • VoIP: internettelefoon. Geeft aan dat de gebruiker sessies kan hosten waarbij gebruik wordt gemaakt van een conferentie via internettelefoon (Voice over IP).

     

  • ILCI: internationale inbelnummers. Geeft aan dat de gebruiker sessies kan hosten waarbij de deelnemers in andere landen een lokaal telefoonnummer kunnen bellen om deel te nemen aan de teleconferentie.

     

  • SELT: teleconferentielocatie. Geeft aan dat de gebruiker de locatie van de telefoonbridge kan selecteren die voor een teleconferentie wordt gebruikt. Alleen beschikbaar wanneer uw WebEx-service over meerdere bridgelocaties beschikt.

     

  • MPCLIN: teleconferentie met inbellen voor Cisco Unified MeetingPlace (gebruikt om MeetingPlace-audiorechten bij te werken). Geeft aan dat de gebruiker sessies kan hosten waarbij de deelnemers een telefoonnummer kunnen bellen om deel te nemen aan de teleconferentie.

     

  • MPCLBK: teleconferentie met terugbellen voor Cisco Unified MeetingPlace (gebruikt om MeetingPlace-audiorechten bij te werken). Geeft aan dat de gebruiker sessies kan hosten waarbij de deelnemers een oproep ontvangen om deel te nemen aan de teleconferentie. Iedere deelnemer belt eerst een telefoonnummer en hangt vervolgens op. De service belt vervolgens het telefoonnummer van de deelnemer. Als MPCLBK wordt ondersteund, moet MPCLIN worden ondersteund.

     

  • MPINTL: internationale teleconferentie met terugbellen voor Cisco Unified MeetingPlace (gebruikt om MeetingPlace-audiorechten bij te werken). Geeft aan dat de gebruiker vergaderingen of trainingssessies kan hosten waarbij deelnemers een internationale oproep van de WebEx-service ontvangen om deel te nemen aan de teleconferentie.

     

 

Raadpleeg de startpagina van Sitebeheer om te bepalen welke teleconferentieservices uw organisatie ondersteunt.

 

Voer een komma (',' zonder de aanhalingstekens) in om alle telefonierechten voor een gebruiker uit te schakelen. U kunt geen telefonierechten verwijderen voor gebruikers voor wie Persoonlijke ruimte is ingeschakeld.

Opmerking      

U kunt meerdere teleconferentietypen voor een gebruikersaccount opgeven als uw organisatie de desbetreffende opties heeft aangeschaft. Als u meerdere teleconferentietypen wilt opgeven, gebruikt u de komma als scheidingsteken en geeft u geen spaties op, bijvoorbeeld:

CLIN, CLBK, VoIP

 

GeneralPriv

 

(Optioneel) Geeft aan over welke algemene rechten de gebruiker op uw WebEx-servicesite beschikt. Dit veld kan de volgende waarden bevatten:

 

BADM: geeft aan dat de gebruiker een factureringsbeheerder is. De gebruiker heeft via Mijn WebEx toegang tot de factuurrapporten in WebEx. Alleen van toepassing op WebEx-servicesites die over de optie Factureringsbeheerder beschikken.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

EditorPrivilege

 

Dit wordt niet meer ondersteund. Laat dit veld leeg en negeer het in het exportbestand.

 

TCPrivilege

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Training Center-sites. Geeft aan over welke rechten de gebruiker voor Training Center beschikt. Dit veld kan de volgende waarden bevatten:

 

HOLA: geeft aan dat de gebruiker de optie Praktijklab voor trainingssessies kan gebruiken.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

SaCPrivilege

 

Dit wordt niet meer ondersteund. Laat dit veld leeg en negeer het in het exportbestand.

 

SaCProducts

 

Dit wordt niet meer ondersteund. Laat dit veld leeg en negeer het in het exportbestand.

 

SaCSJMEDesc

 

Dit wordt niet meer ondersteund. Laat dit veld leeg en negeer het in het exportbestand.

 

SaCSIsMgr

 

Dit wordt niet meer ondersteund. Laat dit veld leeg en negeer het in het exportbestand.

 

SCOptions

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites. Geeft aan welke Remote Support-opties een gebruiker kan gebruiken. U kunt de volgende waarden opgeven in dit veld:

 

AREC: Automatisch opnemen. Geeft aan dat Remote Support automatisch de ondersteuningssessies opneemt die de gebruiker uitvoert.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

SCShareView

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites. Geeft voor een Remote Support-sessie aan hoe een gedeelde toepassing of gedeeld bureaublad standaard op het scherm van een medewerker of klant wordt weergegeven. U kunt de volgende waarden opgeven voor dit veld:

 
  • FSSF: passend maken op volledig scherm. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad op het volledige scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt aangepast aan de volledige grootte van het scherm.

     

  • FS: volledig scherm. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad op het volledige scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt echter niet aangepast aan de volledige grootte van het scherm.

     

  • WSF: passend maken op venster. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in een venster op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt aangepast aan de volledige grootte van het venster.

     

  • WIN: venster. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in een venster op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt echter niet aangepast aan de volledige grootte van het venster.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard FS gebruikt.

     

 

SCShareColor

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites. Bepaalt de kleurinstelling voor een gedeelde toepassing die, of een gedeeld bureaublad dat standaard op het scherm van een ondersteuningsmedewerker of een klant wordt weergegeven tijdens een Remote Support-sessie. U kunt de volgende waarden opgeven voor dit veld:

 
  • 256: 256 kleuren. geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in de viewer of op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven met 256 kleuren. Deze optie gebruikt minder bandbreedte voor gedeelde bureaubladen of toepassingen dan de optie Hoge kleuren (16-bits), maar biedt een lagere beeldkwaliteit.

     

  • 16B: hoge kleuren (16 bits). Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in de viewer of op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven in 16-bits kleuren. Deze optie vergt meer bandbreedte dan de optie 256 kleuren, maar biedt een betere beeldkwaliteit.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard 16B gebruikt.

     

 

SCSaveLoc

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites. Is alleen van toepassing als u Automatisch opnemen (AREC) voor SCOptions hebt ingesteld voor de gebruiker. Geeft de locatie aan waar de WebEx-recorder de opnamebestanden opslaat voor een Remote Support-sessie. De WebEx-recorder slaat alle opnamebestanden standaard op de volgende locatie op de computer van de ondersteuningsmedewerker op:

 

C:\Mijn opgenomen sessies

 

U kunt echter elke locatie op de computer van een ondersteuningsmedewerker of een andere computer in uw netwerk opgeven, bijvoorbeeld:

 

C:\Sessie-opnamen.

 

Als de standaardlocatie of de door u opgegeven locatie niet bestaat, maakt Support Center de benodigde mappen.

 
Belangrijk:

Als u een locatie op een computer in uw netwerk opgeeft, zorg dan voor het volgende:

 
  • De computer van de ondersteuningsmedewerker is gekoppeld aan het juiste netwerkstation.

     

  • Het netwerkaccount van de ondersteuningsmedewerker biedt toegang tot de locatie.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

     

 
 

STOptions

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites met de Remote Access-optie. Is alleen van toepassing als u Automatisch opnemen (AREC) voor STOptions hebt ingesteld voor de gebruiker. Geeft aan welke Remote Access-opties een gebruiker kan gebruiken. U kunt de volgende waarden opgeven in dit veld:

 

AREC: Automatisch opnemen. Geeft aan dat Remote Access automatisch de externe ondersteuningssessies opneemt die de gebruiker uitvoert.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

STShareView

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites. Is alleen van toepassing als u Automatisch opnemen (AREC) voor STOptions hebt ingesteld voor de gebruiker. Geeft voor een Remote Support-sessie aan hoe een gedeelde toepassing of gedeeld bureaublad standaard op het scherm van een medewerker of klant wordt weergegeven. U kunt de volgende waarden opgeven voor dit veld:

 
  • FSSF: passend maken op volledig scherm. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad op het volledige scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt aangepast aan de volledige grootte van het scherm.

     

  • FS: volledig scherm. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad op het volledige scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt niet aangepast aan de volledige grootte van het scherm.

     

  • WSF: passend maken op venster. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in een venster op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt aangepast aan de volledige grootte van het venster.

     

  • WIN: venster. Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in een venster op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt echter niet aangepast aan de volledige grootte van het venster.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard FS gebruikt.

     

 

STShareColor

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites. Is alleen van toepassing als u Automatisch opnemen (AREC) voor STOptions hebt ingesteld voor de gebruiker. Bepaalt de kleurinstelling voor een gedeelde toepassing die, of een gedeeld bureaublad dat standaard op het scherm van een ondersteuningsmedewerker of een klant wordt weergegeven tijdens een Remote Support-sessie. U kunt de volgende waarden opgeven voor dit veld:

 
  • 256: 256 kleuren. geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in de viewer of op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven met 256 kleuren. Deze optie gebruikt minder bandbreedte voor gedeelde bureaubladen of toepassingen dan de optie Hoge kleuren (16-bits), maar biedt een lagere beeldkwaliteit.

     

  • 16B: hoge kleuren (16 bits). Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in de viewer of op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven in 16-bits kleuren. Deze optie vergt meer bandbreedte dan de optie 256 kleuren, maar biedt een betere beeldkwaliteit.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard 16B gebruikt.

     

 

STComputers

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites met de Remote Access-optie. Is alleen van toepassing als u Automatisch opnemen (AREC) voor STOptions hebt ingesteld voor de gebruiker. De computers die via Remote Access extern toegankelijk zijn voor de gebruiker. De computers voor Remote Access moeten al zijn gedefinieerd in Sitebeheer. Typ de computernamen exact zoals deze worden weergegeven in Sitebeheer.

 

Opmerking U kunt meerdere computers voor een gebruikersaccount opgeven. Als u meerdere computers wilt opgeven, gebruikt u de komma als scheidingsteken en geeft u geen spaties op, bijvoorbeeld:

 

Computer 1, Computer 2

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

STLocations

 

(Optioneel) Alleen beschikbaar voor Support Center-sites met de Remote Access-optie. Is alleen van toepassing als u Automatisch opnemen (AREC) voor STOptions hebt ingesteld voor de gebruiker. Geeft de locatie aan waar de WebEx-recorder opnamebestanden opslaat. De WebEx-recorder slaat alle opnamebestanden standaard op de volgende locatie op de computer van de ondersteuningsmedewerker op:

 

C:\Mijn opgenomen sessies

 

U kunt echter elke locatie op de computer van een ondersteuningsmedewerker of een andere computer in uw netwerk opgeven, bijvoorbeeld:

 

C:\RemoteAccess_Recordings.

 

Als de standaardlocatie of de door u opgegeven locatie niet bestaat, maakt Remote Access de benodigde mappen.

 
Belangrijk:

Als u een locatie op een computer in uw netwerk opgeeft, zorg dan voor het volgende:

 
  • De computer van de ondersteuningsmedewerker is gekoppeld aan het juiste netwerkstation.

     

  • Het netwerkaccount van de ondersteuningsmedewerker biedt toegang tot de locatie.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

     

 
 

TIJDZONE

 

(Optioneel) Het indexnummer voor de tijdzone waarin de gebruiker zich bevindt. Als u geen tijdzone opgeeft voor de gebruiker, gebruikt Sitebeheer de tijdzone die is opgegeven voor de website van uw vergaderingservice. Zie Tijdzones voor een lijst van de tijdzones en de bijbehorende indexnummers.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard de standaardtijdzone voor uw site gebruikt.

 

PhoneCntry

 

(Optioneel) Het nummer dat u moet kiezen om een gebruiker te bellen die in een ander land woont. Voer alleen cijfers en onderstrepingstekens (_) in. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard 1 gebruikt.

 

PhoneLocal

 

(Optioneel) Het telefoonnummer van de gebruiker. Dit veld mag alleen cijfers bevatten. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PhoneCallin

 

(Optioneel) Het nummer dat de gebruiker moet gebruiken om in te bellen.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

PhoneCallback

 

(Optioneel) Het nummer waarop de gebruiker wil worden gebeld.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

CellCntry

 

(Optioneel) Het mobiele nummer dat u moet kiezen om een gebruiker te bellen die in een ander land woont. Voer alleen cijfers en onderstrepingstekens (_) in. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard 1 gebruikt.

 

CellLocal

 

(Optioneel) Het mobiele nummer van de gebruiker dat hij of zij moet gebruiken om in te bellen.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

CellCallin

 

(Optioneel) Het mobiele telefoonnummer waarop de gebruiker wil worden gebeld.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

CellCallback

 

(Optioneel) Het toestelnummer van het mobiele nummer van de gebruiker. Dit veld mag alleen cijfers bevatten.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

AP1Cntry, AP2Cntry

 

(Optioneel) Het semafoonnummer dat u moet kiezen om gebruiker te bellen die in een ander land woont. Voer alleen cijfers en onderstrepingstekens (_) in. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard 1 gebruikt.

 

AP1Local, AP2Local

 

(Optioneel) Het semafoonnummer van de gebruiker. Dit veld mag alleen cijfers bevatten. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

AP1Callin, AP2Callin

 

(Optioneel) Het semafoonnummer dat de gebruiker moet gebruiken om in te bellen.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

AP1Callback, AP2Callback

 

(Optioneel) Het semafoonnummer waarop de gebruiker wil worden gebeld.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

Pin

 

(Optioneel) De pincode van de gebruiker.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

Adres1

 

(Optioneel) Het postadres van de gebruiker.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

Adres2

 

(Optioneel) Aanvullende informatie over het postadres van de gebruiker indien nodig.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

Plaats

 

(Optioneel) De plaats waar de gebruiker woont.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

Staat/provincie

 

(Optioneel) De staat of provincie waar de gebruiker woont.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

Zip/Postal

 

(Optioneel) De postcode van het postadres van de gebruiker.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

Land/regio

 

(Optioneel) Het land of de regio waar de gebruiker woont.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

MyWebEx

 

(Optioneel) Als uw site de optie Mijn WebEx bevat, wordt hier aangegeven welk type Mijn WebEx-recht aan het account is toegewezen. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • STD: geeft aan dat het gebruikersaccount over het recht Mijn WebEx Standaard beschikt.

     

  • PRO: geeft aan dat het gebruikersaccount over het recht Mijn WebEx Pro beschikt.

     

  • N: als de optie Mijn WebEx niet beschikbaar is op uw site, geeft u deze waarde op voor elk gebruikersaccount.

     

 
Opmerking      
  • Voor hoeveel accounts u de waarde PRO kunt opgeven, is afhankelijk van het aantal beschikbare Mijn WebEx Pro-licenties voor uw site. Zie de pagina Gebruiker toevoegen of Gebruiker bewerken in Sitebeheer om te bepalen hoeveel Mijn WebEx Pro-licenties beschikbaar zijn voor toewijzing aan gebruikersaccounts.

     

  • Als u het aantal licenties voor uw site overschrijdt, kan Sitebeheer niet alle accounts waarvoor PRO is opgegeven, bijwerken of maken. Als er bijvoorbeeld 10 Mijn WebEx Pro-licenties voor uw site beschikbaar zijn en u voor 20 accounts de waarde PRO opgeeft, importeert Sitebeheer alleen de accountgegevens voor de eerste 10 accounts waarvoor u PRO hebt opgegeven.

     

  • Als de optie Mijn WebEx beschikbaar is op uw site, moet u ervoor zorgen dat u STD of PRO opgeeft voor elk account.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard PRO gebruikt.

     

 
 

MyContacts

 

(Optioneel) Als de optie Mijn WebEx beschikbaar is op uw site, kunt u hier opgeven of de gebruiker een adresboek kan openen en onderhouden via het gedeelte Mijn WebEx van de gebruiker op uw site. Het adresboek bevat het adresboek van uw bedrijf, indien aanwezig, en biedt de gebruiker de mogelijkheid om een lijst met contacten bij te houden. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat Mijn contactpersonen beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, zodat de gebruiker een persoonlijk adresboek kan openen en onderhouden.

     

  • N: geeft aan dat Mijn contactpersonen niet beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker. De gebruiker heeft echter nog wel toegang tot zijn of haar persoonlijke adresboek via de opties op de pagina Een vergadering plannen.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

MyProfile

 

(Optioneel) Als de optie Mijn WebEx beschikbaar is op uw site, kunt u hier opgeven of de gebruiker zijn of haar gebruikersprofiel kan openen via het gedeelte Mijn WebEx van de gebruiker op uw site. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat Mijn profiel beschikbaar is in het gedeelte Mijn WebEx van de gebruiker, zodat de gebruiker zijn of haar gebruikersprofiel kan openen en onderhouden.

     

  • N: geeft aan dat Mijn profiel niet beschikbaar is in het gedeelte Mijn WebEx van de gebruiker. De gebruiker kan zijn of haar profiel echter nog altijd openen door op de koppeling Mijn profiel op de navigatiebalk te klikken.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

MyMeetings

 

(Optioneel) Als de optie Mijn WebEx beschikbaar is op uw site, kunt u hier opgeven of de gebruiker zijn of haar gedeelte Mijn WebEx op uw site kan gebruiken om een lijst met vergaderingen die hij of zij heeft gepland, te openen en te onderhouden. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat Mijn vergaderingen beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, zodat de gebruiker een lijst met geplande vergaderingen kan openen en onderhouden.

     

  • N: geeft aan dat Mijn vergaderingen niet beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker. De gebruiker kan echter nog steeds een lijst met geplande vergaderingen openen en bijhouden door op de koppeling Mijn vergaderingen op de navigatiebalk te klikken.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

MyWorkspaces

 

(Optioneel) Bepaalt het gebruik van Mijn werkruimte in Mijn WebEx.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

 

MyRecordings

 

(Optioneel) Is alleen van toepassing op accounts op een Training Center-site en waarvoor u in het veld MyWebEx de waarde PRO hebt opgegeven. Geeft aan of de gebruiker opgenomen trainingssessies op uw site kan publiceren. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat Mijn opnamen of Mijn trainingsopnamen (voor Enterprise Edition) beschikbaar is in het gedeelte Mijn WebEx van de gebruiker. In dat geval kan de gebruiker opnamen op uw site publiceren.

     

  • N: geeft aan dat Mijn opnamen of Mijn trainingsopnamen (voor Enterprise Edition) niet beschikbaar is in het gedeelte Mijn WebEx van de gebruiker. In dat geval kan de gebruiker geen opnamen op uw site publiceren.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

MyFolders

 

(Optioneel) Als de optie Mijn WebEx beschikbaar is op uw site, kunt u hier opgeven of de gebruiker bestanden in persoonlijke mappen op uw site kan opslaan. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat de knop Mijn mappen wordt weergegeven in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, zodat de gebruiker bestanden op uw site kan opslaan.

     

  • N: geeft aan dat de knop Mijn mappen niet wordt weergegeven in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, waardoor de gebruiker geen bestanden op uw site kan opslaan.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

MyReports

 

(Optioneel) Is alleen van toepassing op accounts op een Training Center-site en waarvoor u in het veld MyWebEx de waarde PRO hebt opgegeven. Geeft aan of de gebruiker rapporten kan genereren met informatie over de trainingssessies die de gebruiker heeft gehost en informatie over de computers die de gebruiker extern heeft benaderd met Access Anywhere. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat Mijn rapporten beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, zodat de gebruiker rapporten op uw site kan genereren.

     

  • N: geeft aan dat Mijn rapporten niet beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, waardoor de gebruiker geen rapporten op uw site kan genereren.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

AccessAnywhere

 

(Optioneel) Is alleen van toepassing op accounts waarvoor u in het veld MyWebEx de waarde PRO hebt opgegeven. Geeft aan of de gebruiker externe computers kan instellen en benaderen via Access Anywhere. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat Mijn computers beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, zodat de gebruiker externe computers via uw site kan instellen.

     

  • N: geeft aan dat Mijn computers niet beschikbaar is in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, waardoor de gebruiker geen externe computers via uw site kan instellen.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

WebcastVideo

 

(Optioneel) Staat Event Center-gebruikers toe video te streamen.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

WebcastAdmin

 

(Optioneel) Bepaalt of de huidige gebruiker een WebCast-beheerder of -presentator is. Als deze optie is ingeschakeld, is de gebruiker een beheerder.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

WebcastBasic

 

(Optioneel) Staat Event Center-gebruikers toe onlinepresentaties en audio uit te zenden.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

DefaultTPSessionType

 

(Optioneel) Geeft het standaard TelePresence-sessietype aan zoals is ingesteld op de pagina Voorkeuren gebruiker.

 

Als dit veld leeg blijft, is de waarde het sessietype dat TelePresence ondersteunt met de minimale id van het vergaderingstype.

 

MeetingAssist

 

(Optioneel) Geeft aan of er Meeting Assist-services beschikbaar zijn voor uw gebruikers.

 

Als dit veld leeg blijft, is de waarde 0.

 

SupportCET

 

Dit wordt niet meer ondersteund. Laat dit veld leeg en negeer het in het exportbestand.

 

SupportCMR

 

(Optioneel) Geeft aan of de optie Samenwerkingsvergaderruimten (CMR Cloud) beschikbaar is voor uw gebruikers (alleen in Meeting Center).

 
  • 1: geeft aan dat CMR Cloud beschikbaar is voor de gebruiker.

     

  • 0: geeft aan dat CMR Cloud niet beschikbaar is voor de gebruiker.

     

Als dit veld leeg blijft, wordt de standaardwaarde 0 gebruikt.

 

SupportPR

 

(Optioneel) Geeft aan of de optie Persoonlijke ruimte beschikbaar is voor uw gebruikers (alleen in Meeting Center).

  • 1: geeft aan dat de gebruiker een persoonlijke ruimte krijgt.

     

  • 0: geeft aan dat de gebruiker geen persoonlijke ruimte krijgt.

     

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de standaardwaarde 0 gebruikt.

 

SupportHQV

 

(Optioneel) Geeft aan of video van hoge kwaliteit beschikbaar is voor uw gebruikers (alleen in Meeting Center, Event Center en Training Center).

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

 

SupportHDV

 

(Optioneel) Geeft aan of HD-video beschikbaar is voor uw gebruikers (alleen in Meeting Center en Training Center).

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

 

SupportCascading

 

(Optioneel) Geeft aan of het downloaden van bandbreedteoptimalisatie is ingeschakeld voor uw Event Center-gebruikers. Met bandbreedteoptimalisatie kan verkeer worden doorgestuurd naar andere clients op hetzelfde subnet.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

Custom1-10

 

(Optioneel) Als traceercodes op uw site zijn ingeschakeld, kan de naam van velden worden gewijzigd om informatie te traceren. De naam van de eerste vier velden is standaard Groep, Afdeling, Project en Overige. De eerste traceercode wordt gebruikt voor facturering.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

MyPMR

 
Opmerking      

Deze optie is niet meer beschikbaar. Gebruik SupportPR om te bepalen wat de instellingen voor persoonlijke ruimten voor uw gebruikers zijn.

 

OneClickSetup

 

(Optioneel) Geeft aan of de gebruiker Eén-klik kan gebruiken.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

AdditionalStorage

 

(Optioneel) Is alleen van toepassing op accounts waarvoor u in het veld MyWebEx de waarde PRO en in het veld MyFolders de waarde J hebt opgegeven. Geeft aan hoeveel MB (megabyte) aan extra opslagruimte u aan de gebruiker wilt toewijzen voor het opslaan van bestanden op uw site. U kunt alleen cijfers opgeven in dit veld. Als u geen extra opslagruimte aan een gebruikersaccount wilt toewijzen, laat u dit veld leeg.

 
Opmerking      
  • Het vergaderingservicecontract van uw organisatie bepaalt de totale hoeveelheid extra opslagruimte. Zie de pagina Gebruiker toevoegen of Gebruiker bewerken in Sitebeheer om te bepalen hoeveel opslagruimte er nog kan worden toegewezen aan gebruikersaccounts.

     

  • Als u de totale hoeveelheid extra opslagruimte voor uw site overschrijdt, kan Sitebeheer mogelijk niet alle accounts maken of bijwerken waaraan u extra opslagruimte hebt toegewezen. Dit hangt af van de configuratie van uw site.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard 0 gebruikt.

     

 
 

AdditionalComputers

 

(Optioneel) Is alleen van toepassing op accounts waarvoor u in het veld MyWebEx de waarde PRO en in het veld AccessAnywhere de waarde J hebt opgegeven. Geeft aan hoeveel extra computers de gebruiker op uw site mag instellen voor Access Anywhere. U kunt alleen cijfers opgeven in dit veld. Als u geen extra computers aan een gebruikersaccount wilt toewijzen, laat u dit veld leeg.

 
Opmerking      
  • Het vergaderingservicecontract van uw organisatie bepaalt het totale aantal extra computers. Zie de pagina Gebruiker toevoegen of Gebruiker bewerken in Sitebeheer om te bepalen hoeveel computers er nog kunnen worden toegewezen aan gebruikersaccounts.

     

 
 

Als u het totale aantal extra computers voor uw site overschrijdt, kan Sitebeheer mogelijk niet alle accounts maken of bijwerken waaraan u extra computers hebt toegewezen. Dit hangt af van de configuratie van uw site.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard 0 gebruikt.

 

EventDocument

 

(Optioneel) Voor Enterprise Edition-sites met Event Center. Geeft aan of de gebruiker opgenomen gebeurtenissen op uw site kan opslaan. Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat de pagina Opgenomen gebeurtenissen wordt weergegeven in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, zodat de gebruiker opgenomen gebeurtenissen op uw site kan opslaan.

     

  • N: geeft aan dat de pagina Opgenomen gebeurtenissen niet wordt weergegeven in het gebied Mijn WebEx van de gebruiker, waardoor de gebruiker geen opgenomen gebeurtenissen op uw site kan opslaan.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

TeleAcct1 - TeleAcct3

 

(Optioneel) Deze velden bevatten alleen gegevens wanneer uw site gebruikers via de WebEx Telephony API of de optie voor teleconferentieaccounts voorziet van accounts voor persoonlijke teleconferenties.

 
Let op      

Voeg geen gegevens aan deze velden toe en bewerk de gegevens niet. Als u gebruikersaccountgegevens exporteert, worden in deze velden automatisch de teleconferentienummers uit het account voor persoonlijke teleconferenties van de gebruiker ingevuld. De gebruiker ontvangt deze nummers van de telefonieserver wanneer hij of zij een account voor persoonlijke teleconferenties toevoegt via de pagina Mijn profiel.

 

Als dit veld leeg blijft, blijft alle informatie behouden.

 
 

TeleconLocation

 

(Optioneel) Gereserveerd voor providerpartners van de WebEx-teleconferentieservice.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

SendWelcomeEmail

 

(Optioneel) Geeft aan of uw site automatisch een welkomstbericht naar de gebruiker verstuurt zodra u het account hebt gemaakt.

 

Als de optie voor e-mailsjablonen beschikbaar is op uw site, kunt u de sjabloon voor het welkomstbericht bewerken dat door uw WebEx-service naar gebruikers wordt verzonden.

 

Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat de gebruiker een welkomstbericht ontvangt.

     

  • N: geeft aan dat de gebruiker geen welkomstbericht ontvangt.

     

    Opmerking      

    Deze optie is voor de meeste WebEx-sites standaard uitgeschakeld. Als deze optie is uitgeschakeld en u een waarde opgeeft in dit veld, heeft dit geen enkel effect. Neem contact op met uw WebEx-accountmanager als u deze functie wilt inschakelen.

     
     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard J gebruikt.

     

 

LabAdmin

 

(Optioneel) Is alleen van toepassing op Training Center. Geeft Training Center-recht als een beheerder van Praktijklab weer.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard N gebruikt.

 

SchedulePermission

 

(Optioneel) Is alleen van toepassing op Meeting Center-, Training Center- en Event Center-sites. Geeft aan welke gebruikers sessies namens deze gebruiker kunnen plannen. U kunt alleen gebruikers opgeven die een account hebben op dezelfde WebEx-servicesite als deze gebruiker. Als u een gebruiker wilt opgeven, geeft u het e-mailadres van de gebruiker exact zo op als dit wordt weergeven in het account.

 

U kunt meerdere e-mailadressen opgeven door deze te scheiden met komma's, zonder spaties. Bijvoorbeeld: jsmith@anyco.com,mbartel@anyco.com

 

Als dit veld leeg blijft, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc1AutoGenerate

 

(Optioneel) Geeft aan of u automatisch een toegangscode genereert.

 

Dit veld kan een van de volgende waarden bevatten:

 
  • J: geeft aan dat de toegangscode automatisch wordt gegenereerd.

     

  • N: geeft aan dat de toegangscode niet automatisch wordt gegenereerd.

     

    Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

     

 

PCNAcc1TollFreeCallinNum

 

(Optioneel) Het gratis inbelnummer.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc1TollCallinNum

 

(Optioneel) Het reserve betaalde terugbelnummer.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc1ILNum

 

(Optioneel) Geeft aan dat het PCN-account internationaal inbellen ondersteunt.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc2AutoGenerate

 

(Optioneel) Geeft aan of u automatisch een toegangscode genereert.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc2TollFreeCallinNum

 

(Optioneel) Het gratis inbelnummer.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc2TollCallinNum

 

(Optioneel) Het betaalde inbelnummer.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc2ILNum

 

(Optioneel) Geeft aan dat het PCN-account internationaal inbellen ondersteunt.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc3AutoGenerate

 

(Optioneel) Geeft aan of u automatisch een toegangscode genereert.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard (optioneel) Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc3TollFreeCallinNum

 

(Optioneel) Het gratis inbelnummer.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc3TollCallinNum

 

(Optioneel) Het reserve betaalde terugbelnummer.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

PCNAcc3ILNum

 

(Optioneel) Geeft aan dat het PCN-account internationaal inbellen ondersteunt.

 

Als dit veld leeg blijft, wordt standaard Beschikbaar gebruikt. Als PCN niet is ingeschakeld, wordt de waarde leeg gelaten.

 

VideoDeviceName1-5

(Optioneel) De naam van het videoapparaat waarop de gebruiker wil worden gebeld.

Als u dit veld leeg laat, wordt de waarde leeg gelaten.

VideoDeviceAddress1-5

(Optioneel) Het adres van het videoapparaat waarop de gebruiker wil worden gebeld.

Als u dit veld leeg laat, wordt de waarde leeg gelaten.

DefaultVideoDeviceIndex

(Optioneel) Het indexnummer (van 1 tot 5) van het standaardvideoapparaat van de gebruiker.

 

Als u dit veld leeg laat, wordt de waarde leeg gelaten.

CSV-bestandsindeling voor contactpersonen

De volgende afbeelding toont een voorbeeld van een CSV-bestand (met door komma's gescheiden waarden) dat is opgemaakt in Microsoft Excel. U moet uw eigen bedrijfsspecifieke sjabloon voor CSV-bestanden maken.

Opmerkingen en overwegingen

  • Voordat u contactgegevens in een CSV-bestand importeert, maakt u een back-upbestand van uw contactgegevens, indien aanwezig, door de gegevens te exporteren.

     

  • Alle items die u exporteert (rapporten, gebruikers, contactpersonen), worden geëxporteerd naar een UTF-16LE-indeling (door tabs gescheiden Unicode-tekst). Alle importbestanden ondersteunen CSV (alleen voor Engelstalige gegevens) en door tabs gescheiden Unicode-tekst (voor niet-Engelstalige gegevens en gegevens in verschillende talen).

     

  • Een CSV-bestand moet kolomkoppen bevatten boven aan het bestand. Wanneer u een spreadsheetprogramma, zoals Microsoft Excel, gebruikt om een CSV-bestand te maken, moet u ervoor zorgen dat de kolomkoppen zich in de eerste rij van een werkblad bevinden. De kolomkoppen moeten op exact dezelfde manier worden weergegeven als in de Contactgegevensvelden hieronder.

     

  • Bepaalde contactgegevens zijn verplicht, zoals in de Contactgegevensvelden hieronder wordt gespecificeerd. U moet voor alle verplichte velden dus de kolomkop opnemen. Voor de optionele velden moet u kolomkoppen opnemen wanneer u geen contactgegevens verstrekt.

     

  • WebEx raadt u met klem aan om een CSV-bestandssjabloon te maken om ervoor te zorgen dat uw CSV-bestand alle benodigde kolomkoppen bevat met de juiste indeling.

     

  • De contactgegevensvelden in een CSV-bestand zijn niet hoofdlettergevoelig. U kunt de waarden dus opgeven in zowel kleine letters als hoofdletters of een combinatie van beide. De waarden die op uw site worden weergegeven in de gegevens van de contactpersoon, zoals de naam van de contactpersoon, worden echter exact zo weergegeven als u ze in het CSV-bestand hebt opgegeven.

     

  • Zie Contactgegevensvelden hieronder voor de juiste indeling voor de contactgegevens.

     

  • Zodra u alle contactgegevens hebt opgegeven, slaat u het werkblad op als CSV-bestand.

     

  • Wanneer u een CSV-bestand uploadt, geeft Sitebeheer een tabel weer met de gegevens die u in het bestand hebt opgegeven. Bekijk de gegevens en controleer goed of de gegevens kloppen voordat u bevestigt dat u het bestand wilt uploaden.

     

  • Als u onjuiste gegevens voor een contactpersoon opgeeft, kan Sitebeheer de desbetreffende contactpersoon niet maken. In dat geval genereert Sitebeheer een lijst met records voor de contactpersonen die niet konden worden toegevoegd, inclusief de oorzaak  

     

  • van elke fout. U kunt het bestand dat deze records bevat, ter referentie downloaden op uw computer of gebruiken om de fouten rechtstreeks in het desbetreffende bestand te corrigeren.

     

  • Als u fouten rechtstreeks corrigeert in het bestand dat door Sitebeheer wordt gemaakt, kunt u de laatste kolom, de kolom Opmerkingen, verwijderen voordat u het bestand uploadt om de overige contactpersonen te maken.

     

  • Als u na het uploaden van een CSV-bestand de informatie wilt wijzigen die u hebt opgegeven voor een of meer contactpersonen, kunt u de contactpersonen afzonderlijk in Sitebeheer bewerken. U kunt voor ondersteuning ook contact opnemen met uw WebEx-accountmanager.

     

Een CSV-bestandssjabloon maken

        
1    Als er momenteel geen contactpersonen op uw site bestaan, moet u handmatig minimaal één contactpersoon toevoegen.
2    Klik op Bedrijfsadressen onder Site beheren in de navigatiebalk.
3    Klik op Exporteren op de pagina Bedrijfsadresboek.
4    Open het bestand met de gegevens die u in een spreadsheetprogramma, zoals Excel, hebt geëxporteerd.
5    Als u alleen nieuwe contactpersonen wilt toevoegen, verwijdert u de contactgegevens die het geëxporteerde bestand bevat. Als u deze gegevens verwijdert, heeft dit geen gevolgen voor de bestaande contactpersonen wanneer u het CSV-bestand uploadt naar Sitebeheer.

Contactgegevensvelden

                                                                            

Optie

 

Doel

 

UUID

 

Het id-nummer dat Sitebeheer automatisch voor de contactpersoon genereert.

 

Belangrijk

 
  • Als u een nieuwe contactpersoon toevoegt, geeft u geen informatie in deze kolom op. Sitebeheer genereert dit nummer zodra u het CSV-bestand hebt geüpload. Dit veld moet leeg zijn om ervoor te zorgen dat Sitebeheer een nieuwe contactpersoon kan maken.

     

  • Verwijder of bewerk dit nummer niet als u een bestaande contactpersoon wijzigt. Als u het nummer voor een bestaande contactpersoon wijzigt, maakt Sitebeheer een nieuwe contactpersoon op basis van de gegevens in de desbetreffende rij. Als de verplichte contactgegevens al beschikbaar zijn voor een contactpersoon op uw site, zoals het e-mailadres, kan Sitebeheer de nieuwe contactpersoon niet maken.

     

 

DUID

 

Het id-nummer dat Sitebeheer automatisch voor distributieleden genereert.

 

Naam

 

(Vereist) De voor- en achternaam van de contactpersoon.

 

E-mail

 

(Vereist) Het e-mailadres van de contactpersoon.

 

Company

 

(Optioneel) De organisatie waarvoor de contactpersoon werkt.

 

JobTitle

 

(Optioneel) De functie of positie van de contactpersoon binnen de organisatie.

 

URL

 

(Optioneel) Het webadres van de contactpersoon of zijn of haar organisatie.

 

OffCntry

 

(Optioneel) Het nummer dat u moet kiezen om een contactpersoon te bellen die in een ander land woont. Dit veld mag alleen cijfers bevatten.

 

OffLocal

 

(Optioneel) Het telefoonnummer van de contactpersoon. Dit veld mag alleen cijfers bevatten. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

CellCntry

 

(Optioneel) Het nummer dat u moet kiezen om een contactpersoon te bellen die in een ander land woont. Dit veld mag alleen cijfers bevatten.

 

CellLocal

 

(Optioneel) Het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon. Dit veld mag alleen cijfers bevatten. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

FaxCntry

 

(Optioneel) Het nummer dat u moet kiezen om een faxapparaat in een ander land te bellen. Dit veld mag alleen cijfers bevatten.

 

FaxLocal

 

(Optioneel) Het faxnummer van de contactpersoon. Dit veld mag alleen cijfers bevatten. Gebruik geen interpunctietekens, zoals gedachtestreepjes of punten.

 

Adres1

 

(Optioneel) Het postadres van de contactpersoon.

 

Adres2

 

(Optioneel) Bevat indien nodig aanvullende informatie over het postadres van de contactpersoon.

 

Plaats

 

(Optioneel) De woonplaats van de contactpersoon.

 

Staat/provincie

 

(Optioneel) De staat of provincie waar de contactpersoon woont.

 

Zip/Postal

 

(Optioneel) De postcode van het postadres van de contactpersoon.

 

Land

 

(Optioneel) Het land waarin de contactpersoon woont.

 

Tijdzone

 

De tijdzone waarin de contactpersoon woont.

 

TAAL

 

De taal die de contactpersoon gebruikt.

 

Landinstelling

 

De landinstelling van de taal die de contactpersoon gebruikt.

 

UserName

 

(Optioneel) Als deze contactpersoon een account voor uw WebEx-service heeft, kunt u in dit veld de gebruikersnaam van de contactpersoon opgeven. Gebruikersnamen

 
  • Mogen geen spaties of interpunctietekens bevatten, met uitzondering van onderstrepingstekens, koppeltekens en punten

     

  • Mogen uit maximaal 64 tekens bestaan

     

 

Aantekeningen

 

(Optioneel) Bevat alle extra informatie over de contactpersoon.

 

CSV-bestandsindeling voor traceercodewaarden

Het volgende is een voorbeeld van door komma's gescheiden (CSV) inhoud. U moet uw eigen bedrijfsspecifieke sjabloon voor CSV-bestanden maken.

 

Opmerkingen en overwegingen

  • Een CSV-bestand moet kolomkoppen bevatten boven aan het bestand. Wanneer u een spreadsheetprogramma, zoals Microsoft Excel, gebruikt om een CSV-bestand te maken, moet u ervoor zorgen dat de kolomkoppen zich in de eerste rij van een werkblad bevinden. De kolomkoppen moeten op exact dezelfde manier worden weergegeven als in de Gegevensvelden voor codewaarden hieronder.

     

  • Bepaalde traceercodegegevens zijn verplicht, zoals in de Gegevensvelden voor codewaarden hieronder wordt gespecificeerd. U moet echter alle kolomkoppen opnemen, ongeacht of de informatie optioneel is. Daarnaast moet de indeling exact overeenkomen met de gespecificeerde indeling.

     

  • De gegevensvelden voor codewaarden in een CSV-bestand zijn niet hoofdlettergevoelig. U kunt de waarden dus opgeven in zowel kleine letters als hoofdletters of een combinatie van beide. De waarden in de lijst met traceercodewaarden op uw site worden echter op exact dezelfde manier weergegeven als u ze in het CSV-bestand hebt getypt.

     

  • Zodra u alle codewaarden hebt opgegeven, slaat u het werkblad op als CSV-bestand, dat de extensie .csv heeft.

     

  • Wanneer u een CSV-bestand uploadt, geeft Sitebeheer een tabel weer met de gegevens die u in het bestand hebt opgegeven. Bekijk de gegevens en controleer goed of de gegevens kloppen voordat u bevestigt dat u het bestand wilt uploaden.

     

  • Als u een verkeerde codewaarde opgeeft, kan Sitebeheer deze waarde niet aan de lijst toevoegen. In dat geval genereert Sitebeheer een lijst met records voor de waarden die niet konden worden toegevoegd, inclusief de oorzaak van elke fout. U kunt het bestand dat deze records bevat, ter referentie downloaden op uw computer of gebruiken om de fouten rechtstreeks in het desbetreffende bestand te corrigeren.

     

  • Als u de fouten rechtstreeks corrigeert in het bestand dat door Sitebeheer wordt gemaakt, kunt u de laatste kolom, de kolom Opmerkingen, verwijderen voordat u het bestand uploadt om de overige codewaarden te maken.

     

  • Als u na het uploaden van een CSV-bestand de informatie wilt wijzigen die u hebt opgegeven voor een of meer codewaarden, kunt u de waarden afzonderlijk bewerken op de pagina Traceercodelijst. U kunt voor ondersteuning ook contact opnemen met uw WebEx-accountmanager.

     

 

Gegevensvelden voor codewaarden

 
             

Optie

 

Doel

 

Index

 

(Optioneel) De database-id van de traceercodewaarde. Een indexnummer moet een uniek nummer tussen de 1 en 500 zijn. U kunt deze kolom leeg laten om te voorkomen dat er fouten optreden die worden veroorzaakt door dubbele indexnummers. Als de kolom Index geen waarden bevat, voegt Sitebeheer de opeenvolgende codewaarden toe op de pagina Traceercodelijst.

 

Active

 

(Optioneel) De status van de traceercodewaarde. Een waarde moet Ja of Nee zijn. Als u deze waarde leeg laat, wordt standaard de status Ja gebruikt.

 

Code

 

(Vereist) De waarde van de traceercode. Een waarde mag maximaal 128 tekens lang zijn en mag zowel letters, cijfers als speciale tekens bevatten.

 
 

Tijdzones

Tijdzones worden weergegeven in een indeling die makkelijk te lezen is. De menu-items worden verschillend weergegeven, afhankelijk van de zomertijd (DST; Daylight Savings Time) voor de tijdzones. Het tijdzonemenu gebruikt de volgende indeling:

 

Locatie (<Naam van tijdzone> <DST-label> 'Tijd', <GMT-verschil>)

 

Een voorbeeld van de weergave van een tijdzone is:

 

San Francisco (Pacific Standard Time), GMT-08:00

  
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               
De volgende tabel bevat de tijdzones op index met informatie over elke tijdzone.

Tabel 1 Tijdzone-index

Index

 

GMT

 

Naam

 

Locatie

 

Standaard

 

DST

 

0

 

-12 uur

 

Dateline

 

Marshalleilanden

 
  

1

 

-11 uur

 

Samoa

 

Samoa

 
  

2

 

-10 uur

 

Hawaii

 

Honolulu

 

Standaard

 

Zomertijd

 

3

 

-9 uur

 

Alaska

 

Anchorage

 

Standaard

 

Zomertijd

 

4

 

-8 uur

 

Pacific

 

San Francisco

 

Standaard

 

Zomertijd

 

5

 

-7 uur

 

Mountain

 

Arizona

 
  

6

 

-7 uur

 

Mountain

 

Denver

 

Standaard

 

Zomertijd

 

7

 

-6 uur

 

Central

 

Chicago

 

Standaard

 

Zomertijd

 

8

 

-6 uur

 

Mexico Central

 

Mexico-Stad

 

Standaard

 

Zomertijd

 

9

 

-6 uur

 

Central

 

Saskatchewan

 
  

10

 

-5 uur

 

S. American Pacific

 

Bogota

 
  

11

 

-5 uur

 

Eastern

 

New York

 

Standaard

 

Zomertijd

 

12

 

-5 uur

 

Eastern

 

Indiana

 

Standaard

 

Zomertijd

 

13

 

-4 uur

 

Atlantic

 

Halifax

 

Standaard

 

Zomertijd

 

14

 

-4 uur

 

S. American Western

 

Caracas

 
  

15

 

-3.5 uur

 

Newfoundland

 

Newfoundland

 

Standaard

 

Zomertijd

 

16

 

-3 uur

 

S. American Eastern

 

Brasilia

 

Standaard

 

Zomertijd

 

17

 

-3 uur

 

S. American Eastern

 

Buenos Aires

 
  

18

 

-2 uur

 

Midden-Atlantisch

 

Midden-Atlantisch

 

Standaard

 

Zomertijd

 

19

 

-1 uur

 

Azoren

 

Azoren

 
 

Zomertijd

 

20

 

0 uur

 

Greenwich

 

Casablanca

 
  

21

 

0 uur

 

Greenwich Mean

 

Londen

 
 

Zomertijd

 

22

 

1 uur

 

Central European

 

Amsterdam

 
 

Zomertijd

 

23

 

1 uur

 

Central European

 

Parijs

 
 

Zomertijd

 

25

 

1 uur

 

Central European

 

Berlijn

 
 

Zomertijd

 

26

 

2 uur

 

Eastern European

 

Athene

 
 

Zomertijd

 

28

 

2 uur

 

Egypt

 

Caïro

 

Standaard

 

Zomertijd

 

29

 

2 uur

 

Zuid-Afrika

 

Pretoria

 
  

30

 

2 uur

 

Eastern European

 

Helsinki

 
 

Zomertijd

 

31

 

2 uur

 

Israël

 

Tel Aviv

 

Standaard

 

Zomertijd

 

32

 

3 uur

 

Saoedi-Arabië

 

Riyadh

 
  

33

 

3 uur

 

Rusland

 

Moskou

 

Standaard

 

Zomertijd

 

34

 

3 uur

 

Nairobi

 

Nairobi

 
  

35

 

3,5 uur

 

Iran

 

Teheran

 
  

36

 

4 uur

 

Arabian

 

Abu Dhabi

 
  

37

 

4 uur

 

Bakoe

 

Bakoe

 

Standaard

 

Zomertijd

 

38

 

4,5 uur

 

Afghanistan

 

Kaboel

 
  

39

 

5 uur

 

West Asia

 

Ekaterinburg

 
  

40

 

5 uur

 

West Asia

 

Islamabad

 
  

41

 

5,5 uur

 

India

 

Bombay

 
  

42

 

5,5 uur

 

Columbo

 

Columbo

 
  

43

 

6 uur

 

Central Asia

 

Almaty

 
  

44

 

7 uur

 

Bangkok

 

Bangkok

 
  

45

 

8 uur

 

China

 

Beijing

 
  

46

 

8 uur

 

Australia Western

 

Perth

 

Standaard

 

Zomertijd

 

47

 

8 uur

 

Singapore

 

Singapore

 
  

48

 

8 uur

 

Taipei

 

Taipei

 
  

49

 

9 uur

 

Japan

 

Tokio

 
  

50

 

9 uur

 

Korea

 

Seoul

 
  

51

 

9 uur

 

Yakutsk

 

Yakutsk

 
  

52

 

9,5 uur

 

Australia Central

 

Adelaide

 

Standaard

 

Zomertijd

 

53

 

9,5 uur

 

Australia Central

 

Darwin

 
  

54

 

10 uur

 

Australia Eastern

 

Brisbane

 
  

55

 

10 uur

 

Australia Eastern

 

Sydney

 

Standaard

 

Zomertijd

 

56

 

10 uur

 

West Pacific

 

Guam

 
  

57

 

10 uur

 

Tasmania

 

Hobart

 

Standaard

 

Zomertijd

 

58

 

10 uur

 

Wladivostok

 

Wladivostok

 

Standaard

 

Zomertijd

 

59

 

11 uur

 

Central Pacific

 

Salomonseilanden

 
  

60

 

12 uur

 

Nieuw-Zeeland

 

Wellington

 

Standaard

 

Zomertijd

 

61

 

12 uur

 

Fiji

 

Fiji

 
  

130

 

1 uur

 

Central European

 

Stockholm

 
 

Zomertijd

 

131

 

-8 uur

 

Mexico Pacific

 

Tijuana

 

Standaard

 

Zomertijd

 

132

 

-7 uur

 

Mexico Mountain

 

Chihuahua

 

Standaard

 

Zomertijd

 

133

 

-4.5 uur

 

S. America Western

 

Caracas

 

Standaard

 

Zomertijd

 

134

 

8 uur

 

Maleisië

 

Kuala Lumpur

 

Standaard

 

Zomertijd

 
 
 

Attachments

    Outcomes