Remote Support configureren

Document created by Cisco Localization Team on Jun 16, 2017
Version 1Show Document
  • View in full screen mode

De downloadopties voor Remote Support instellen

Uw gebruikers moeten WebEx-ondersteuningsbeheer downloaden, installeren en configureren om Remote Support te kunnen gebruiken. De toepassing wordt standaard geïnstalleerd en bijgewerkt wanneer gebruikers Remote Support openen. U kunt zo nodig ook instellen dat gebruikers de toepassing handmatig moeten downloaden en installeren.

U kunt kiezen of u de gebruikers ActiveX of Java laat gebruiken om de Remote Support-client te downloaden. Als u kiest voor:

  • Java: Remote Support wordt uitgevoerd in een zelfstandige client.

  • Active X: Remote Support wordt uitgevoerd in een webbrowser. U kunt gebruikers ook toestaan om een Active X-gebaseerde zelfstandige client te downloaden en te gebruiken.

  • Temporary Folder Solution (TFS): gebruik deze optie als uw bedrijf geen ActiveX- en Java-downloads toestaat.


      
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer in het gedeelte CSR-voorkeuren een van de volgende opties:
  • ActiveX

  • Java-client

  • Temporary Folder Solution (TFS)

Stap 3  Als u Active X hebt geselecteerd en u de zelfstandige client wilt inschakelen, selecteert u Zelfstandige client.
Stap 4  Selecteer Bijwerken.

Klanten toestaan om agenten te kiezen


      
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer Klanten toestaan deel te nemen aan een sessie door in een lijst met beschikbare agenten te klikken in het gedeelte Klantvoorkeuren.
Stap 3  Geef aan of de agenten moeten worden vermeld met hun voornaam of hun volledige naam.
Stap 4  Selecteer Bijwerken.

De videofeed voor Remote Support configureren

Stel deze functie in zodat agenten kunnen toestaan dat klanten livevideofeeds verzenden tijdens hun chatsessies.


Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Schakel het selectievakje Klant toestaan webcamvideofeed te verzenden in het gedeelte Klantvoorkeuren in.

Het venster voor de Remote Support-sessie aanpassen

U kunt het venster van de Remote Support-sessie (dashboard) wijzigen dat klanten gebruiken om berichten in te voeren. U kunt voor de formulieren elke gewenste kleur, afbeelding en lettertype gebruiken, de tekst van statusberichten wijzigen of een foto toevoegen.


           
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Branding.
Stap 2  Selecteer Nieuwe stijl maken.
Stap 3  Voer een naam in voor deze nieuwe stijl.

U kunt maximaal 40 tekens invoeren. De volgende tekens zijn niet toegestaan in de naam:
% # ^ { } / \ * ? : | " @.

Stap 4  Als u wilt wijzigen welke afbeeldingen in het venster worden weergegeven, selecteert u het tabblad Afbeeldingen.
Stap 5  Als u de koptekst wilt wijzigen, selecteert u het tabblad Koptekst.
Stap 6  Als u de statusberichten wilt wijzigen die op het dashboard worden weergegeven, selecteert u het tabblad Berichten en wijzigt u de tekst in het vak Tekstbericht.
Stap 7  Als u het lettertype en de kleuren wilt wijzigen, selecteert u het tabblad Lettertypen en kleuren.
Stap 8  Selecteer Voorbeeld om de resultaten te bekijken.
Stap 9  Selecteer Opslaan.

Tabbladen met nieuwe stijl

Tabblad Afbeeldingen

            

Wijzigen…

Doet u dit…

Het WebEx-logo

Schakel het selectievakje naast het WebEx-logo in.

De foto van de CSR

Schakel het selectievakje naast Foto agent in. De foto die de CSR op de pagina Mijn profiel heeft opgeslagen, wordt weergegeven wanneer deze optie is geselecteerd.

Een algemene foto

Schakel het selectievakje naast Algemene foto in. De foto die de CSR op de pagina Mijn profiel heeft opgeslagen, wordt weergegeven wanneer deze optie is geselecteerd. Klik in het gedeelte CSR-foto op Bladeren, selecteer een foto en klik vervolgens op Bestand uploaden om een andere foto van uw computer te uploaden.

Opmerking   

De foto die u uploadt, mag niet groter zijn dan 130 x 130 pixels.

Tabblad Koptekst

                  

Wijzigen…

Doet u dit…

De titel van de koptekst

Voer bij Titel koptekst de naam in (maximaal 50 tekens) die moet worden weergegeven in het koptekstgebied van het venster.

Tip Zie stap 9 als u de kleur van de tekst wilt wijzigen.

De hoogte van de koptekst

Voer bij Kopteksthoogte het gewenste aantal pixels in.

Het type koptekst

Selecteer bij Type koptekst de optie Standaard of Aangepast. Als u Aangepast selecteert, geeft u uw HTML-code op in het vak en klikt u in het vak Aangepaste afbeeldingen op Nieuwe afbeeldingen uploaden.

De koptekstafbeelding

Selecteer het pictogram Uploaden om een afbeelding te uploaden.

Een koptekst met uw eigen HTML en afbeeldingen

Klik bij Type koptekst op Aangepast en voer vervolgens de volgende handelingen uit:

Voer de HTML-code in het vak in.

Klik op Nieuwe afbeeldingen uploaden om de afbeeldingen te uploaden waarnaar in uw HTML-code wordt verwezen.

Tabblad Lettertypen en kleuren

                        

Wijzigen…

Doet u dit…

Achtergrondkleur koptekst

Geef bij Achtergrondkleur koptekst de hexwaarde voor de kleur op of klik op het palet en selecteer een kleur.

Randkleur koptekst

Geef bij Randkleur koptekst de hexwaarde voor de kleur op of klik op het palet en selecteer een kleur.

Randbreedte koptekst

Voer bij Randbreedte de breedte van de lijn in waarbinnen de koptekst wordt weergegeven (geef ';0'; op om geen rand weer te geven).

Titelkleur koptekst

Geef bij Titelkleur koptekst de hexwaarde voor de kleur op of klik op het palet en selecteer een kleur.

Lettertype koptekst

Geef bij Lettertype de HTML-code op om het standaard en alternatieve lettertype, het tekengewicht en de tekengrootte op te geven. Voorbeeld:

font-family: verdana; font-size: 12px; font-weight: bold; padding-right: 12px; padding-top: 12px;

Achtergrondkleur

Geef bij Achtergrondkleur (dashboard) en Achtergrondkleur (internetpagina) de kleur op die u voor het dashboard en de webpagina wilt gebruiken. Geef een hexwaarde voor een kleur op of klik op het palet en selecteer een kleur.

Tekstkleuren

Geef bij Tekstkleur (dashboard) en Tekstkleur (internetpagina) de kleur op die u voor het dashboard en de webpagina wilt gebruiken. Geef een hexwaarde voor een kleur op of klik op het palet en selecteer een kleur.

Opties instellen voor het delen van CSR-toepassingen

U kunt deze opties voor individuele ondersteuningsmedewerkers overschrijven door hun gebruikersaccount te bewerken.


       
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer in het gedeelte CSR-voorkeuren de koppeling Aanpassing CSR-dashboard.
Stap 3  Selecteer een van de volgende opties om te bepalen hoe de gedeelde toepassingen worden weergegeven:
  • Passend maken op volledig scherm: weergeven in de volledige schermweergave

  • Volledig scherm: alle beschikbare ruimte gebruiken om gedeelde toepassingen of bureaubladen weer te geven.

  • Passend maken op venster: uitvouwen om het venster te vullen.

  • Venster: geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in een venster op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven. De grootte van de toepassing of het bureaublad wordt echter niet uitgebreid om het venster te vullen.

Stap 4  Als u de kwaliteit van de kleur voor het weergeven van de gedeelde toepassingen wilt opgeven, selecteert u een van de volgende opties:
  • 256 kleuren: geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in de viewer of op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven met 256 kleuren. Deze optie vergt minder bandbreedte voor het delen van toepassingen of bureaubladen dan de optie Hoge kleuren. Daarom is deze optie nuttig als een klant deelneemt aan de ondersteuningssessie via een inbelverbinding.

    Opmerking   

    Als deze optie wordt geselecteerd, selecteert u de weergavemodus Schermsampling als de standaardmodus voor uw site.

  • Een ondersteuningsmedewerker kan de weergavemodus tijdens een ondersteuningssessie wijzigen door het tabblad Sessie te selecteren op het CSR-dashboard en vervolgens Sessieopties te selecteren.

  • Hoge kleuren (16-bits): Geeft aan dat een gedeelde toepassing of een gedeeld bureaublad in de viewer of op het scherm van de ondersteuningsmedewerker of klant wordt weergegeven in 16-bits kleuren. Deze optie vergt meer bandbreedte dan de optie 256 kleuren, maar biedt een betere beeldkwaliteit.

Stap 5  Selecteer Opslaan.

Documenten en webinhoud delen

U kunt opgeven hoe documenten en webinhoud moeten worden gedeeld tijdens ondersteuningssessies:

  • Documenten delen: gebruikers kunnen uw documenten (handouts van presentatie, training en vergadering) bekijken.

  • Webinhoud delen: gebruikers kunnen uw inhoud (audio en video) bekijken.

  • Extern afdrukken: u kunt een document dat zich op de computer van een gebruiker bevindt, afdrukken op uw lokale printer.

Extern afdrukken is niet beschikbaar bij het delen van webinhoud en documenten.


      
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer de koppeling Aanpassing CSR-dashboard in het gedeelte CSR-voorkeuren.
Stap 3  U kunt bij het specificeren van het delen van inhoud, kiezen uit de volgende opties:
  • Webinhoud delen: schakel dit selectievakje in om webinhoud te delen. Als u deze optie inschakelt, wordt de optie ';Extern afdrukken'; uitgeschakeld. De standaardwaarde is ingeschakeld.

  • Documenten delen: schakel dit selectievakje in om documenten en presentaties te delen. Als u deze optie inschakelt, wordt de optie ';Extern afdrukken'; uitgeschakeld. De standaardwaarde is ingeschakeld.

  • Extern afdrukken: schakel dit selectievakje in om documentatie van de computer van een gebruiker af te drukken op uw printer. Als u deze optie inschakelt, worden de opties ';Documenten delen'; en ';Webinhoud delen'; uitgeschakeld. De standaardwaarde is uitgeschakeld.

Stap 4  Selecteer Opslaan.

CSR-sessies automatisch opnemen

Wanneer een sessie wordt beëindigd, slaat Remote Support de opname op een locatie op die u hebt opgegeven. Het sessienummer wordt toegevoegd aan de bestandsnaam: Sessienummer.wrf.

Als u deze optie hebt ingeschakeld, kunnen CSR's de WebEx-recorder niet handmatig starten tijdens een ondersteuningssessie.


        
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer de koppeling Aanpassing CSR-dashboard in het gedeelte CSR-voorkeuren.
Stap 3  Schakel het selectievakje Opname automatisch afdwingen wanneer vergadering begint in om de opname automatisch te starten wanneer de vergadering begint.
Stap 4  Selecteer Opname via het netwerk (NBR) of Opname op lokale computer opslaan.
Stap 5  Geef de locatie op waar u de sessieopnamen wilt opslaan.
Stap 6  Selecteer Opslaan.

Schakelen tussen ontvangers op basis van context toestaan

Deze functie is alleen beschikbaar als de opnameoptie beschikbaar is op uw site. De standaardinstelling is uitgeschakeld.

Voor sessies van Remote Support met maar twee deelnemers (host en deelnemer) kunt u de instelling activeren waarmee de specifieke naam wordt ingevoerd van de deelnemer die een chatbericht ontvangt:

  • Het label Verzenden naar verandert van ';Alle deelnemers'; in de naam van de specifieke host of deelnemer.

  • Verzonden chatberichten worden voorafgegaan door ';...aan [naam_deelnemer]'; in plaats van ';...aan alle deelnemers';.


      
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer de koppeling Aanpassing CSR-dashboard in het gedeelte CSR-voorkeuren.
Stap 3  Schakel het selectievakje Schakelen tussen ontvangers op basis van context toestaan in om ';Alle deelnemers'; te vervangen door de naam van de deelnemer die de chatberichten ontvangt.
Stap 4  Selecteer Opslaan.

Inactieve sessies automatisch beëindigen

Als een ondersteuningsmedewerker een bepaalde periode inactief is tijdens een sessie, kan Remote Support de sessie automatisch beëindigen. Voordat de sessie wordt beëindigd, kan Remote Support de CSR waarschuwen dat de sessie automatisch wordt beëindigd tenzij de CSR een aanvraag indient om de sessie voort te zetten.


       
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer de koppeling Aanpassing CSR-dashboard in het gedeelte CSR-voorkeuren.
Stap 3  Selecteer de optie De agent waarschuwen als de ondersteuningssessie langer inactief is dan in het gedeelte Functies. Voer vervolgens in hoeveel minuten er moet worden gewacht voordat de sessie wordt beëindigd.
Stap 4  Als u de sessie wilt beëindigen wanneer de CSR niet reageert, selecteert u Automatisch sessie beëindigen als agent niet reageert op waarschuwing na. Voer vervolgens in hoeveel minuten er moet worden gewacht.
Stap 5  Selecteer Opslaan.

De instructies voor ondersteuningsmedewerkers aanpassen

Remote Support biedt instructies die een ondersteuningsmedewerker kan volgen om een klant te helpen bij het deelnemen aan een ondersteuningssessie en het gebruik van de ondersteuningsopties. CSR's kunnen deze instructies weergeven door op de koppeling Instructies op het CSR-dashboard te klikken.

U kunt uw instructies in platte tekst of HTML-indeling voorbereiden in een andere toepassingen, de instructies kopiëren en deze vervolgens in het vak op deze pagina plakken.


        
Stap 1  Selecteer Configuratie > Support Center > Opties.
Stap 2  Selecteer de koppeling Aanpassing CSR-dashboard in het gedeelte CSR-voorkeuren.
Stap 3  Selecteer de optie Aangepaste instructies in het gedeelte Instructies.
Stap 4  Selecteer een van de volgende opties:
  • Platte tekst: de instructies zijn niet opgemaakt. U kunt maximaal 2000 tekens invoeren.

  • HTML: u kunt de instructies opmaken om genummerde lijsten en opsommingstekens toe te voegen, de tekst uit te lijnen, horizontale lijnen en achtergronden toe te voegen en andere HTML-opmaakmogelijkheden toe te passen. U kunt maximaal 4000 tekens invoeren.

  • De standaardinstructies bevatten de variabele %SessionID%. Remote Support vervangt deze variabele automatisch door het ondersteuningssessienummer. Als u deze variabele uit het bericht verwijdert, moeten gebruikers de sessie-id invoeren voordat ze aan een sessie kunnen deelnemen. Daarom raden we u aan deze variabele op te nemen in uw aangepaste instructies.

Stap 5  Voer uw instructies in het vak in.
Stap 6  Selecteer Opslaan.


Attachments

    Outcomes