Camera-instellingen in uw ruimtesysteem aanpassen via een touch controller

Document created by Cisco Localization Team on Jul 28, 2016Last modified by Cisco Localization Team on Jun 8, 2017
Version 5Show Document
  • View in full screen mode
 

Camera-instellingen

 

 

Met de camera-instellingen kunt u de camera laten in- en uitzoomen, pannen en kantelen. In dit menu kunt u ook de voorinstellingen van de camera bepalen en bewerken. Tik voor de camera-instellingen op het camerapictogram in het startscherm.

Daarnaast kan zelfweergave (het beeld dat anderen van uw systeem zien) worden in- en uitgeschakeld en klein of groot worden weergegeven.



 
                  

1

Cameravoorinstellingen toevoegen, bewerken of verwijderen Opgeslagen cameravoorinstellingen worden hier weergegeven

2

Zelfweergave in- of uitschakelen

3

Pannen en kantelen

4

Zelfweergave verkleinen of vergroten

5

Camera-instellingen openen

6

In- en uitzoomen

 

Cameravoorinstellingen

 

 

Met het ruimtesysteem kunt u vaste zoom en camerarichtingen maken. U kunt verschillende camera-instellingen maken die voor meerdere soorten vergaderingen kunnen worden gebruikt. Voor vergaderingen met meerdere deelnemers kunt u een uitgezoomde voorinstelling gebruiken of een ingezoomde voorinstelling voor kleinere vergaderingen. U kunt eenvoudig tussen de verschillende voorinstellingen schakelen door ze te selecteren in het menu Instellingen van de camera.

    

Voorinstellingen toevoegen

 


        
Stap 1    Tik voor de camera-instellingen op het camerapictogram. Zelfweergave wordt automatisch geactiveerd.
Stap 2    Kantel, pan of zoom in of uit zoals nodig.
Stap 3    Tik op Nieuw toevoegen. Geef een duidelijke naam aan het standpunt.
Stap 4    Tik op Opslaan om het menu te verlaten en de wijzigingen op te slaan, of tik op Annuleren om het menu te verlaten zonder de wijzigingen op te slaan.
Stap 5    Tik ergens buiten het menu om het af te sluiten.

Voorinstellingen bewerken

 


         
Stap 1    Tik voor de camera-instellingen op het camerapictogram. Zelfweergave wordt automatisch geactiveerd.
Stap 2    Kantel, pan of zoom in of uit zoals nodig.
Stap 3    Tik op het kleine pijlpuntje van de instelling die u wilt bewerken.
Stap 4    Tik op Bijwerken naar huidig standpunt om de wijzigingen toe te passen.
Stap 5    Tik op Verwijderen om een bestaande instellingen te verwijderen.
Stap 6    Tik ergens buiten het menu om het af te sluiten.

Ruimtesystemen met meerdere camera's

 

 

Als u een ruimtesysteem gebruikt met meer dan één camera, kunt u de posities wijzigen zoals u dat bij een enkele camera zou doen. Kies de camera die u wilt aanpassen in het vervolgkeuzemenu onder de knoppen voor pannen, kantelen en in- en uitzoomen.

Voor meer informatie over het gebruik van automatische luidsprekertracering op twee cameraruimtesystemen, raadpleegt u het artikel Luidsprekertracering.

    
 

Attachments

    Outcomes