Uw zelfweergave laat zien wat anderen zien vanuit uw ruimte- of bureauapparaat tijdens een gesprek. Hiermee zorgt u ervoor dat ze zien wat u wilt dat ze zien.

Het is verstandig af en toe uw zelfweergave te activeren tijdens de vergadering. Zo zorgt u ervoor dat u in beeld blijft.

Het kan gebeuren dat de huidige positie van de zelfweergave belangrijke delen van het beeld op uw scherm blokkeert. Zodoende kunt u deze verplaatsen naar een andere plek op uw scherm. Afhankelijk van uw ruimte- of bureauapparaat kunt u dit doen met uw aanraakscherm of met een afstandsbediening.

1

Tik op het pictogram Camera en selecteer Zelfweergave. U kunt nu uw zelfweergave zien op het scherm.




2

Gebruik de camerainstellingen voor het draaien, kantelen en zoomen van de camerapositie om de gewenste cameraweergave te krijgen.


Tik op het pictogram Maximaliseren en minimaliseren om te schakelen tussen de BiB-weergave en weergave op volledig scherm.

3

Wanneer u in gesprek bent, kunt u de locatie van uw zelfweergave op het scherm wijzigen.


Druk in het gespreksmenu van de Touch 10 op het pictogram Zelfweergave en sleep het om de locatie te wijzigen. U kunt kiezen tussen zes vooraf gedefinieerde locaties.

4

Als u de zelf weergave wilt sluiten, tikt u op het pictogram Camera en deselecteert u Zelfweergave.

1

Tik op het pictogram Zelfweergave. U kunt nu uw zelfweergave zien op het scherm.


2

U kunt de locatie van uw zelfweergave op het scherm wijzigen. Druk op het pictogram Zelfweergave en sleep het om de locatie te wijzigen. U kunt kiezen tussen zes vooraf gedefinieerde locaties.


3

Tik nogmaals op het pictogram Zelfweergave om de zelfweergave te sluiten.

1

Ga met de afstandsbediening naar het camerapictogram in de rechterbovenhoek van het startscherm en selecteer deze met de knop OK op de afstandsbediening.


2

Selecteer het pictogram Zelfweergave vastzetten om de zelfweergave in te schakelen. Selecteer het pictogram Minimaliseren/Maximaliseren om te schakelen tussen BiB en een zelfweergave in volledig scherm.


Voor in- en uitzoomen en voor het pan- en kantelpictogram selecteert u het camerapictogram in het menu Camerabesturing. Hiermee kunt u de camerapositie aanpassen.



3

Als u de zelf weergave wilt sluiten, gaat u naar het beheermenu van de camera en deselecteert u Zelfweergave vastzetten.