Nadat de telefoon verbinding heeft gemaakt met het netwerk, begint het opstartproces voor de telefoon en wordt de telefoon geregistreerd bij de server.

Nadat de telefoon verbinding heeft gemaakt, wordt bepaald of nieuwe firmware op de telefoon moet worden geïnstalleerd.

1

Kies de voedingsbron voor de telefoon:

  • PoE-implementatie (Power over Ethernet) met een PoE-injector voor de Cisco IP Conference Phone 8832

  • Niet-PoE Ethernet-implementatie met een Niet-PoE-ethernetinjector voor de Cisco IP Conference Phone 8832

2

Sluit de telefoon aan op de switch.

  • Als u PoE gebruikt:
    1. Koppel de Ethernet-kabel aan de LAN-poort.

    2. Sluit het andere uiteinde van de Ethernet-kabel aan op de PoE-injector voor de Cisco IP Conference Phone 8832 of de Ethernet-injector voor de Cisco IP Conference Phone 8832.

    3. Gebruik de USB-C-kabel om de injector te verbinden met de conferentietelefoon.

  • Als u PoE niet gebruikt:
    1. Gebruik een USB-C-kabel om de voedingsadapter te verbinden met de Ethernet-injector voor de Cisco IP Conference Phone 8832.

    2. Indien u de Ethernet-injector voor de Cisco IP Conference Phone 8832 gebruikt, steekt u de voedingsadapter in het stopcontact.

    3. Gebruik een USB-C-kabel om de voedingsadapter te verbinden met de Ethernet-injector.

      OF

      Indien u de Niet-PoE-ethernetinjector voor de Cisco IP Conference Phone 8832 gebruikt, steekt u deze in het stopcontact.

    4. Sluit de Ethernet-kabel aan op de Ethernet-injector.

    5. Sluit de Ethernet-kabel aan op de Ethernet-injector of de Niet-PoE Ethernet-injector.

    6. Koppel de Ethernet-kabel aan de LAN-poort.

    7. Gebruik een tweede USB-C-kabel om de Ethernet-injector te verbinden met de conferentietelefoon.

    8. Gebruik een USB-C-kabel om de Ethernet-injector of de Niet-PoE Ethernet-injector te verbinden met de conferentietelefoon.

3

Controleer het opstartproces voor de telefoon. Deze stap geeft aan of de telefoon correct is geconfigureerd.

4

Laat de telefoon upgraden naar de laatste firmware.

5

Breng een gesprek tot stand met de telefoon om te controleren of de telefoon en de functies correct werken.