In dit artikel
Een configureren voor ATA
Configureer een hotline voor vaste telefoons.

Configureer Hotline (PLAR) op Cisco MPP-, ATA19x- , Cisco VG4xx -ATA's en Audiocodes ATA-apparaten.

list-menuIn dit artikel
list-menuFeedback?

Als klantbeheerder kunt u een telefoon zo configureren dat deze automatisch een vooraf gedefinieerd nummer belt zodra dit uit de haak wordt gesneden, zodat snelheid en gemak mogelijk zijn. De Private Line Automatic Ringdown (PLAR)-functie is een hotline die is geconfigureerd in Control Hub en van toepassing is op ATA's, bureautelefoons, gebruikers en werkplekken.

Zodra PLAR op een lijn is geconfigureerd, werkt bellen via E911 niet meer vanaf die lijn. Voor telefoons die zijn ingesteld met de PLAR-functie kunnen geen andere nummers worden gebeld vanaf de lijn die is geconfigureerd voor PLAR.

Een configureren voor ATA

Voordat u begint

Als U PLAR inschakelen voor een poort, schakelt u T.38 uit.

1

Meld u aan Control Hub.

2

Ga naar Werkruimtesen selecteer een werkruimte uit de lijst.

3

Ga naar Overzicht > Apparaten

4

Selecteer het te wijzigen apparaat.

5

Klik op Poorten configureren in het gedeelte Apparaatbeheer.

6

In het tabblad Aangepast gedrag kunt u de hotline-configuratie in- of uitschakelen.

Je kunt geen hotline configureren op dezelfde poort die een T.38-poort gebruikt.

7

Voer het toestelnummer of telefoonnummer in dat automatisch gebeld moet worden wanneer de hoorn van de haak gaat.

Voer het toestelnummer of telefoonnummer in om naar het scherm voor aangepast gedrag te bellen.

8

Klik op Opslaan.

Configureer een hotline voor vaste telefoons.

Een hotline kan alleen op een bureautelefoon worden geconfigureerd als de primaire lijn van die telefoon ook als hotline is geconfigureerd.

Zodra een primaire lijn is geconfigureerd als een server, worden de gedeelde lijnen ervan opnieuw geconfigureerd als server.

1

Meld u aan Control Hub.

2

Ga naar Werkruimtes > Overzicht > Apparaten.

3

Selecteer het te wijzigen apparaat.

4

Klik op Lijnen configureren in het gedeelte Apparaatbeheer van het apparaat.

5

In het tabblad Aangepast gedrag kunt u de hotline-configuratie in- of uitschakelen voor elke lijn die een Hotlineis.

6

Voer het toestelnummer of telefoonnummer in dat automatisch gebeld moet worden wanneer de hoorn van de haak gaat.

Stel het doel in op een handmatig of geselecteerd nummer met bestaande toestelnummers en toestelnummers.

Gebruik extensies voor bestemmingen op dezelfde locatie als het apparaat. Geef anders het volledige E.164-nummer van de bestemming of de locatiecode met extensie op om de gesprekken correct door te sturen.

7

Klik op Opslaan.

Vond u dit artikel nuttig?
Vond u dit artikel nuttig?