Een trunk is een verbinding tussen Webex Calling en de locatie, die op de locatie eindigt met een lokale gateway of een ander ondersteund apparaat. Wanneer u een trunk maakt, kunt u deze toewijzen aan een routegroep. Een routegroep is een groep trunks waarmee Webex Calling gesprekken kan verdelen over meerdere trunks of redundantie kan bieden. Een lokale gateway zijn een of meerdere apparaten op locatie die de trunk, de PSTN op locatie en/of de PBX met elkaar verbinden.

Trunks, routegroepen en belplannen bieden de volgende voordelen:

  • Verdeling van de belasting en failover over trunks voor Webex Calling en de locatie

  • De mogelijkheid voor Webex Calling-gebruikers om cloud-PSTN te gebruiken (CCP of Cisco PSTN) en toch PBX-gebruikers in de organisatie te kunnen bereiken

  • Routering van gesprekken naar verschillende PBX's op locatie

  • Tandemfunctie om gesprekken te routeren tussen PBX's op locatie

  • Breder aanbod aan migratiescenario's en scenario's voor co-aanwezigheid met PBX's op locatie, inclusief gemengde sites met gebruikers van de locatie en Webex Calling-gebruikers

  • Uitgebreide zichtbaarheid van gespreksrouteringsbeslissingen

Wanneer uw locatie is ingeschakeld, moet u PSTN-verbinding instellen voor Webex Calling-gebruikers binnen die locatie. De volgende PSTN-opties zijn beschikbaar:

  • Cisco PSTN: kies deze optie als u wilt dat er een gebundelde oplossing is waarmee u nieuwe PSTN-nummers kunt bestellen en bestaande nummers kunt porteren naar Cisco. De optie Cisco PSTN is alleen beschikbaar onder de volgende omstandigheden:

    • U hebt het Cisco-belplan aangeschaft en ingeschakeld.

    • De locatie bevindt zich in een land waar Cisco-belplan wordt ondersteund.

  • Cloud Connected PSTN: kies deze optie als u op zoek bent naar een cloudoplossing waarvoor geen implementatie van lokale hardware nodig is, en selecteer vervolgens een CCP-provider naar keuze. Cloud PSTN (Cisco PSTN of Cloud Connected PSTN) kan alleen worden gebruikt om PTSN-toegang te bieden aan Webex Calling-gebruikers. Gesprekken die afkomstig zijn van gebruikers op locatie hebben geen toegang tot cloud PSTN.

  • PSTN op locatie (lokale gateway): kies deze optie als u uw huidige PSTN-provider wilt behouden. Trunks voor locatiegebaseerde PSTN via een lokale gateway kunnen ook worden gebruikt om verbinding te maken met PBX's op locatie. U kunt de bestaande functionaliteit van de lokale gateway behouden zonder configuratiewijzigingen door te voeren. Locaties die een lokale gateway gebruiken, zijn ingesteld op PSTN op locatie en lokale gateways worden trunks.

Configureer uw geselecteerde PSTN-verbinding binnen Control Hub door Bellen > Locaties te selecteren. Selecteer vervolgens de locatie die u wilt wijzigen en daarna Toewijzen of Beheren. Selecteer tot slot een PSTN-verbinding naar keuze.

Een trunk is de verbinding tussen Webex Calling en de locatie, die op de locatie eindigt met een lokale gateway of een ander ondersteund apparaat.

Voordat u begint

Alle trunks moeten zijn toegewezen aan een locatie in Control Hub.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding en selecteer vervolgens Trunk toevoegen.

2

Selecteer een locatie en geef de trunk een naam.


 
De naam van de trunk mag niet langer zijn dan 24 tekens.
3

Klik op Opslaan.

De volgende stap

De trunk-informatie wordt weergegeven op het scherm Domein registreren, Trunk-groep OTG/DTG, Lijn/poort, Uitgaand proxyadres. We raden u aan deze informatie uit Control Hub te kopiëren en in een lokaal tekstbestand of document te plakken, zodat u deze kunt terugvinden wanneer u de lokale gateway gaat configureren. Als u de aanmeldgegevens verliest, moet u deze opnieuw genereren op het trunkinformatiescherm in Control Hub. Klik op Gebruikersnaam ophalen en wachtwoord herstellen om een nieuwe set verificatiegegevens te genereren voor de trunk.

Opmerking: Deze actie beïnvloedt de service, dus het wordt aanbevolen dat deze wordt uitgevoerd buiten kantoortijden.

U kunt de trunknaam bewerken of de trunkdetails en het gebruik bekijken in Control Hub.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding > Trunk.

2

Selecteer de trunk die u wilt bekijken of wijzigen.

3

Klik op het zijpaneel, naast de naam van de trunk, op het pictogram om de naam van de trunk te wijzigen.

U kunt ook de gebruiksinformatie voor de trunk bekijken.

4

Als u aanvullende trunkdetails wilt bekijken, klikt u op Beheren naast Trunkgegevens.


 

Gebruik deze instelling als u de aanmeldgegevens voor trunkgegevens kwijt bent en deze opnieuw moet genereren. Klik op Gebruikersnaam en wachtwoord ophalen om een nieuwe set verificatiegegevens te genereren voor de trunk. Dit is van invloed op de service.

U kunt een trunk verwijderen zolang deze niet in gebruik is.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding.

2

Selecteer de trunk die u wilt verwijderen.

3

Klik in het vervolgkeuzemenu Acties op Trunk verwijderen.

Voordat u begint

  • Voeg trunks toe voordat u een routegroep configureert.

  • Routegroepen kunnen geconfigureerde trunks van meerdere locaties bevatten.

  • Trunks kunnen afzonderlijk worden geconfigureerd of worden toegewezen aan een routegroep. Voeg trunks toe aan routegroepen om redundantie en schaalbaarheid te bieden.

  • Elke routegroep moet minimaal één en maximaal 10 trunks bevatten.

  • Wanneer u een routegroep configureert, stelt u een prioriteitsniveau in voor de trunks binnen die routegroep. Met deze instelling kunnen gesprekken evenwichtig worden gerouteerd.

  • De gesprekken worden willekeurig verdeeld over trunks met dezelfde prioriteit. Als er geen trunk beschikbaar is die is ingesteld als hoogste prioriteit, probeert het systeem het gesprek te routeren naar een trunk waarvoor een lagere prioriteit is ingesteld. Bijvoorbeeld:

    • Trunk 1 en trunk 2 zijn ingesteld op prioriteitsniveau 1.

    • Trunk 3 is ingesteld op prioriteitsniveau 2.

    • Webex Calling routeert gesprekken evenwichtig naar trunk 1 en trunk 2.

    • Als trunk 1 en trunk 2 onbereikbaar zijn, worden gesprekken naar trunk 3 gerouteerd.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding.

2

Selecteer Routegroep > Routegroep maken.

3

Geef de routegroep een naam en selecteer de trunk(s) die u wilt toevoegen in het vervolgkeuzemenu.

4

Selecteer het prioriteitsniveau voor de trunk.

5

Klik op Opslaan.

De volgende stap

Vanuit het bevestigingsscherm kunt u de pagina Locaties bezoeken om de PSTN-verbinding met afzonderlijke locaties te configureren. U kunt ook de pagina Belplannen bezoeken om deze routegroep te gebruiken als routeringskeuze voor een belplan.

U kunt de naam van een bestaande routegroep wijzigen, trunks toevoegen, het aantal toegewezen trunks wijzigen en de trunkprioriteitsniveaus wijzigen. Vanaf de pagina met routegroepdetails kunt u ook de Gesprekken naar toestellen op locatie, Belplannen en PSTN-verbinding bekijken.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding > Routegroepen.

2

Selecteer de routegroep die u wilt wijzigen.

3

Klik op het zijpaneel, naast de routegroepnaam, op het pictogram om de naam van de routegroep te wijzigen.

4

Als u trunks in de routegroep wilt toevoegen of bewerken, klikt u op Beheren naast Trunks.

U kunt een trunk toevoegen vanuit het vervolgkeuzemenu, het prioriteitsniveau van een bestaande trunk bewerken in de tabel en/of een bestaande trunk uit de tabel verwijderen.

5

Klik op Opslaan.

U kunt een routegroep verwijderen zolang deze niet in gebruik is.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding > Routegroepen.

2

Selecteer de routegroep die u wilt verwijderen.

3

Klik in het vervolgkeuzemenu Acties op Routegroep verwijderen.

Met belplannen kunt u gesprekken routeren naar bestemmingen op locatie via trunks of routegroepen. Deze worden wereldwijd geconfigureerd voor een onderneming en zijn van toepassing op alle gebruikers, ongeacht de locatie. Een belplan specificeert ook de routeringskeuze (trunk of routegroep) voor gesprekken die overeenkomen met een van de belpatronen. Specifieke belpatronen kunnen worden gedefinieerd als onderdeel van uw belplan. Een belpatroon staat voor toestellen op locatie:

  • ESN/on-net-nummers

  • +E.164-patronen

  • SIP URI-domeinen

Numerieke belpatronen

Numerieke patronen kunnen E.164-nummers of Enterprise-nummers vertegenwoordigen. Patronen voor E.164-nummers beginnen met een +, gevolgd door een reeks cijfers (1-9) en vervolgens optionele jokertekens.

Enterprise-belpatroon

Een Enterprise-belpatroon wordt vertegenwoordigd door een reeks cijfers (1-9), gevolgd door optionele jokertekens. Geldige jokertekens zijn ! (komt overeen met elke mogelijke reeks cijfers) en X (komt overeen met één cijfer, 0-9). De !-joker kan slechts één keer aan het eind voorkomen en alleen in een E.164-patroon.

Voorbeelden van Enterprise-belplannen

+1408555XXXX

11-cijferig +E.164-nummer beginnend met +1408555

+14085551234

Exacte tekenreeks voor bellen +14085551234

+496100!

Elke tekenreeks voor bellen beginnend met +496100

84969XXX

8-cijferig ESN beginnend met 84969

84969764

Exacte 8-cijferige ESN 84969764

Syntaxis van SIP URI-belpatroon:

Alleen domeinen (rechterzijde van SIP URI na @) komen overeen. Opties zijn:

  • Volledig gekwalificeerd domein

  • Domein dat begint met een * (staat voor alle subdomeinen van dat domein)

Voorbeelden:

Voorbeelden van SIP URI-belpatroonsyntaxis

Voorvoegsel

Betekenis

Voorbeelden

voorbeeld.com

Alleen URI's met hostgedeelte 'voorbeeld.com'

alice@voorbeeld.com

us.voorbeeld.com

Alleen URI's met hostgedeelte 'us.voorbeeld.com'

alice@us.voorbeeld.com

*.voorbeeld.com

URI's met hostgedeelte als subdomein van 'voorbeeld.com'

alice@eu.voorbeeld.com

alice@sales.us.voorbeeld.com

Opmerking: alice@voorbeeld.com komt niet overeen

Wanneer u uw trunks en routegroepen hebt gemaakt, kunt u een belplan configureren in Control Hub.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding.

2

Klik op Belplannen en vervolgens op Een belplan maken.

3

Voer een naam in voor het belplan.

4

Selecteer een routeringsoptie.

Selecteer een eerder gemaakte trunk of routegroep.

5

(Optioneel) U kunt handmatig een belpatroon maken of importeren voor de geselecteerde routekeuzes.

6

Klik op Opslaan.

De volgende stap

U kunt ook belpatronen in bulk toevoegen nadat uw belplan is gemaakt. Als u belpatronen in bulk wilt toevoegen via een csv-bestand, gaat u naar het scherm Belplannen en selecteert u het vervolgkeuzemenu Acties vanuit het belplan dat u wilt bewerken. Daarna kiest u Belpatronen via CSV importeren of Belpatronen via CSV exporteren. Kies Sjabloon downloaden of of CSV-bestand importeren en klik op Verzenden.

U kunt de naam, routeringskeuzes en belpatronen van een bestaand belplan wijzigen in Control Hub.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding > Belplannen.

2

Selecteer het belplan dat u wilt wijzigen.

3

Klik op het zijpaneel, naast de naam van het belplan, op het pictogram om de naam van het belplan te wijzigen.

4

Als u de Routeringskeuze wilt wijzigen, kiest u een andere optie in het vervolgkeuzemenu.

5

Als u handmatig een nieuw belpatroon wilt toevoegen, klikt u op Belpatronen toevoegen. Of klik op CSV importeren om belpatronen in bulk toe te voegen.

6

Als u een belpatroon wilt verwijderen, klikt u op het -pictogram naast het belpatroon dat u wilt verwijderen.

7

Klik op Opslaan.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding > Belplannen.

2

Selecteer het belplan dat u wilt verwijderen.

3

Klik in het vervolgkeuzemenu Acties op Belplan verwijderen.

U kunt de instelling Gesprekken naar toestellen op locatie inschakelen in Control Hub. Deze instelling is van toepassing op gebruikers binnen een locatie die zijn geregistreerd bij een PBX. U kunt met deze instelling onbekende toestellen (nummerlengte van 2-6 cijfers) naar de PBX routeren via een bestaande trunk of routegroep.

Voordat u begint

De instelling Gesprekken naar toestellen op locatie is ingeschakeld per locatie.

Met deze instelling kunt u belgewoonten in stand houden in een gemengde omgeving met cloud/locatie. Gebruikers kunnen ingekort bellen blijven gebruiken (bijvoorbeeld 4 cijfers), zelfs als de site gedeeltelijk is gemigreerd naar Webex Calling.

Indien ingeschakeld worden gesprekken van gebruikers op de locatie naar een onbekend toestel (tussen 2 en 6 cijfers) gerouteerd naar de geselecteerde routegroep/trunk als gesprekken op locatie.

Gesprekken die door trunks op de locatie vanaf een onbekend toestel worden gerouteerd, worden behandeld als gesprekken op locatie.

Gesprekken worden beschouwd als afkomstig van een onbekend toestel als de beller-id niet overeenkomt met een van de bestaande belplanpatronen.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Locaties.

2

Selecteer de locatie die u wilt wijzigen.

3

Klik in het deelvenster op Intern bellen.

4

Schakel het selectievakje naast Onbekende toestellen naar de locatie routeren als interne gesprekken inschakelen in om deze instelling in te schakelen.

5

Selecteer een routeringskeuze in het vervolgkeuzemenu.

6

Klik op Opslaan.

In Control Hub kunt u instellingen voor gespreksomleiding tussen Webex Calling en de locatie configureren. Deze instellingen bepalen hoe uw onbekende nummers worden afgehandeld bij gebruik van trunks en routegroepen voor een PBX op locatie. De instellingen bepalen ook de indeling van de beller-id voor gesprekken die tussen Webex Calling en uw PBX worden gerouteerd.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Service-instellingen.

2

Scrol naar Gespreksomleiding tussen Webex Calling en de locatie en kies hoe u onbekende nummers wilt afhandelen.

  • Standaardgedrag is de aanbevolen standaardoptie om het beste niveau van interoperabiliteit te bereiken met een PBX op locatie.
  • Verouderd gedrag (niet aanbevolen) biedt achterwaartse compatibiliteit voor het verouderde gedrag van de lokale gateway en wordt niet aanbevolen wanneer belplannen voor de organisatie zijn geconfigureerd.

 

De service-instelling voor afhandeling van onbekende nummers is ingesteld op Verouderd gedrag om routeringsgedrag te behouden. Deze instelling kan worden aangepast om gebruik te maken van nieuwe gespreksomleidingsfuncties (bijvoorbeeld belplannen en routegroepen).

3

Kies de indeling van uw beller-id.


 

Wanneer de optie +E.164-telefoonnummer wordt gekozen, selecteert Webex Calling de externe CLID (Calling Line ID). Dit is een E.164-nummer. Wanneer de optie ESN (bedrijfsspecifiek nummer) wordt gekozen, selecteert Webex Calling de interne CLID. Dit is een ESN.

4

Klik op Opslaan.

De tool Gespreksomleiding verifiëren in Control Hub biedt het volgende:

  • Simulatie van gesprekken om routeringsbeslissingen te analyseren.

  • Praktische begeleiding tijdens het ontwerp- en de configuratiefases van een implementatie.

  • Evenementen in het Webex Analytics-platform met beslissingen voor gespreksomleiding.

  • Ondersteuning bij probleemoplossing.

1

Ga vanuit de klantweergave in https://admin.webex.com naar Services > Bellen > Gespreksomleiding.

2

Selecteer Gespreksomleiding verifiëren.

3

Selecteer in de vervolgkeuzemenu's een gebruiker of een trunk die u wilt verifiëren.

4

Voer een nummer of URI in.

5

Klik op Omleidingsresultaat weergeven om de gespreksomleiding te bekijken.

Voorbeeld 1: PBX voor meerdere sites

Beschrijving implementatie

  • Enterprise-klant met 100 sites in de VS.

  • PBX-implementatie voor meerdere sites (of netwerk van PBX's), met hoofd-PBX verspreid over twee hoofdsites voor HA.

  • 8-cijferig Enterprise-belplan: 8- plus 3-cijferige sitecode en 4-cijferig toestel.

  • 30 sites blijven op locatie, 70 sites worden verplaatst naar Webex Calling. PSTN blijft op locatie, via SIP-trunks op de twee hoofdsites.

  • Geen gemengde sites. Voor elke site zijn gebruikers óf allemaal op locatie geregistreerd óf allemaal in de cloud.

Implementatieoplossing

  • Afzonderlijk belplan met 30 E.164- en 30 ESN-patronen dat gesprekken voor de gebruikers op locatie omleidt naar een routegroep met twee trunks, die eindigen in twee lokale gateways op de twee hoofdsites.

Voorbeeld 2: Sites met zowel PBX als cloud

Beschrijving implementatie

  • Enterprise-klant met 50 sites in de VS: 10 grote sites en 40 kleine vestigingen.

  • PBX's op grote sites, key switches bij vestigingen.

  • 7-cijferig Enterprise-belplan: 8- plus 2-cijferige sitecode en 4-cijferig toestel.

  • Webex Calling alleen bij vestigingen, langzame migratie van PBX's op grote sites (gemengde sites met zowel Webex Calling- als PBX-gebruikers).

  • Met de cloud verbonden PSTN voor alle cloudgebruikers (gebruikers op locatie blijven bestaande PSTN gebruiken).

  • Cloud- en PBX-gebruikers op elke grote site moeten belmogelijkheden voor alleen toestellen behouden.

Implementatieoplossing

  • Belplannen om gesprekken om te leiden naar elke PBX vanaf elke andere site. Voor elke grote site is ook Gesprekken naar toestellen op locatie geconfigureerd om gesprekken naar een trunk om te leiden die eindigt op een lokale gateway op de site.

Configureerbare beperkingen voor trunks, routegroepen en belplannen

Beschrijving

Maximumbeperking

Belpatronen die een CSV kan uploaden naar een belplan

10.000

Trunks die per locatie kunnen worden geconfigureerd

100

Routegroepen per Enterprise-klant

10.000

Trunks die binnen een routegroep kunnen worden geconfigureerd

10

Belplannen die per Enterprise-klant kunnen worden geconfigureerd

10.000

Belpatronen die kunnen worden geconfigureerd met één belplan

10.000